Art. 54bis.

§ 1.

Een bosgroep responsabiliseert en stimuleert in hoofdzaak de beheerders van terreinen met het oog op het duurzaam invullen van de ecologische, de economische en/of de sociale functie via het geļntegreerd beheer in uitvoering van het decreet. De bosgroep beoogt ook het coördineren van  beheeractiviteiten, een basisdienstverlening ten aanzien van het beheer en de opmaak van gezamenlijke beheerplannen.

Bij het invullen van hun taken zoeken de bosgroepen naar optimale afstemming en synergiėn met andere actoren, in het bijzonder met de regionale landschappen.


§ 2.

Een bosgroep is een duurzaam samenwerkingsverband tussen terreinbeheerders. Alle terreinbeheerders kunnen toetreden tot en gebruik maken van de diensten van een bosgroep. Een bosgroep heeft het statuut van private rechtspersoonlijkheid, onder de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk.


§ 3.

De provincies zijn bevoegd voor de erkenning, subsidiėring en opvolging van de bosgroepen.


§ 4.

Naast financiėle middelen kunnen de provincies ook infrastructuur en personeel ter beschikking stellen.