Art. 15/25.

§ 1

Uiterlijk op 15 mei van ieder jaar publiceert de commissie een studie over de verschillende kostencomponenten van de aardgasfactuur die minstens een vergelijking met de buurlanden bevat. De commissie voert deze opdracht, indien mogelijk, uit in samenwerking met de gewestelijke energieregulatoren.

§ 2

Op advies van de commissie, bepaalt de Koning, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de categorieėn van verbruikers, wat betreft het type van economische activiteit en de hoeveelheid verbruik, die zullen worden gebruikt voor het opmaken van de in paragraaf 1 bedoelde studie.

§ 3

Onverminderd haar in artikel 15/5bis bedoelde bevoegdheden en uiterlijk op 1 juli van hetzelfde jaar, en na het inwinnen van het advies van de Adviesraad Gas en Elektriciteit en van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven geeft de commissie een advies aan de minister met aanbevelingen voor maatregelen ter vrijwaring van de concurrentiekracht van de ondernemingen en de koopkracht van de residentiėle afnemers. Die aanbevelingen slaan op de kostencomponenten van de aardgasfactuur die onder de federale energiebevoegdheid vallen.