Art. 4.2.5.3.1.

§ 1.

De exploitant van een inrichting die een maximum hoeveelheid bedrijfsafvalwater dat één of meer gevaarlijke stoffen bevat, loost van meer dan 15 m3 per uur, 300 m3 per dag en/of 7.500 m3 per maand moet, onverminderd de bepalingen van art. 4.2.5.1.1., ten minste éénmaal per kalenderjaar volgende metingen uitvoeren:

- het debiet, de temperatuur, de pH, het BZV, het CZV, het gehalte aan zwevende stoffen, het gehalte aan totale stikstof, het gehalte aan totale fosfor, de metalen totaal arseen, totaal cadmium, totaal chroom, totaal koper, totaal kwik, totaal lood, totaal nikkel, totaal zilver en totaal zink.
- naargelang de in hoofdstuk 5.3. vermelde aard van de bedrijvigheid, de volgende kenmerkende parameters:

aard van de
bedrijvigheid

alsvermeld in

bijlage 5.3.2.

kenmerkende parameter

sub 4°

AOX en hexachloorbenzeen (HCB)

sub 5°

chloroform, hexachloorbenzeen (HCB), AOX en tetrachloorkoolstof

sub 6°

chloroform

sub 7°

AOX en de som van aldrin, dieldrin, endrin en isodrin

sub 8°

chloroform

sub 9°

ammonium, benz(a)pyreen, vrije cyanide, fenolen, sulfaten en som van opgeloste sulfide en in zuur milieu oplosbare sulfide

sub 10°

DDT

sub 11°

1,2-dichloorethaan (EDC)

sub 12°

chloride en AOX

sub 15°

ammonium en totaal anorganische gebonden fluoride

sub 16°

chroom VI en AOX

sub 18°

hexachloorbenzeen (HCB), hexachloorbutadieën (HCBD) en hexachloorcyclohexaan (HCH)

sub 20°

vrije cyanide en totaal anorganische gebonden fluoride

sub 21°

AOX

sub 22°

PCB, vrije cyanide en chroom VI

sub 23°

chroom VI, fenolen, sulfaten en som van opgeloste sulfide en in zuur milieu oplosbare sulfide

sub 24°

totaal anorganisch gebonden fluoride

sub 26°

chloride

sub 27°

vrije cyanide, chroom VI, totaal anorganisch gebonden fluoride en sulfaten

sub 28°, e)

voor chemische pulp: AOX

sub 29°

pentachloorfenol

sub 30°

PER extraheerbare apolaire stoffen

sub 32°

TOC

sub 33°

TOC en totale stikstof

sub 35°

PCB

sub 36°

CZV

sub 41°

elektrische geleidbaarheid

sub 42°

ammonium

sub 44°, a

chroom VI, PCB, organochloorpesticiden, en chloroform

sub 44°, b

koolstofdisulfide, sulfaten en som van opgeloste sulfide en in zuur milieu oplosbaar sulfide

sub 44°, d

sulfaten

sub 45°

totaal ijzer

sub 46°

trichloorbenzeen (TCB)

sub 47°

trichloorethyleen (TRI) en perchloorethyleen (PER)

sub 53°

vrije cyanide en AOX

sub 55°

opgelost fluoride en sulfaten

 

 

§ 2.

Aanvullend aan de in § 1 voorgeschreven metingen, moet de exploitant van een inrichting die een maximum hoeveelheid bedrijfsafvalwater loost van meer dan 50 m3 per uur, de als dusdanig in de omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit vermelde parameters meten overeenkomstig het meetprogramma beschreven in bijlage 4.2.5.2.

 

§ 3.

De monsternames, metingen of analyses, vermeld in paragraaf 1 en 2, worden uitgevoerd op kosten van de exploitant, met apparatuur als vermeld in bijlage 4.2.5.1 bij dit besluit en volgens de methode, vermeld in bijlage 4.2.5.2 bij dit besluit, hetzij door de exploitant, hetzij door een daarvoor erkend laboratorium in de discipline water als vermeld in artikel 6, 5°, a), van het VLAREL. Als de monstername, meting of analyse door de exploitant gedaan wordt, wordt die uitgevoerd volgens een methode, goedgekeurd door een laboratorium in de discipline water als vermeld in artikel 6, 5°, a), van het VLAREL, dat erkend is voor de desbetreffende monstername, meting of analyse. Die goedkeuring is geldig voor maximaal drie jaar. De goedkeuring wordt uitgevoerd conform een code van goede praktijk.

 

In afwijking van de methode, vermeld in bijlage 4.2.5.2, kan een gelijkwaardige inrichtingspecifieke methode gebruikt worden nadat de goedkeuring, vermeld in het eerste lid, is bekomen van het referentielaboratorium van het Vlaamse Gewest, vermeld in artikel 4, §1, 36°, van het VLAREL.

 

§ 4.

De exploitant meldt aan de afdeling Milieu, bevoegd voor de omgevingsvergunning, de monsternames, metingen of analyses die hij zelf uitvoert en het laboratorium die de goedkeuring van de methode, vermeld in paragraaf 3 verleend heeft. De exploitant houdt die goedkeuring en de resultaten van de uitgevoerde monsternames, metingen of analyses bij in een dossier dat steeds ter inzage van de toezichthouder ligt.