Art. 5.
Voor zover in dit decreet geen expliciete wijzigingsbepaling is opgenomen, geldt onderhavig decreet met behoud van de toepassing van:
de wet van 1 juli 1954 op de riviervisserij en zijn uitvoeringsbesluiten;
artikel 3bis en 10, § 3, van de wet van 3 november 1967 betreffende het loodsen van zeevaartuigen;
het decreet van 19 april 1995 betreffende de organisatie en de werking van de loodsdienst van het Vlaamse Gewest en betreffende de brevetten van havenloods, bootman en diepzeeloods en zijn uitvoeringsbesluiten;
het decreet van 2 maart 1999 betreffende het beleid en het beheer van de zeehavens en zijn uitvoeringsbesluiten;
het decreet van 2 april 2004 betreffende het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde agentschap De Vlaamse Waterweg nv, naamloze vennootschap van publiek recht;
het decreet van 16 juni 2006 betreffende de begeleiding van de scheepvaart op de maritieme toegangswegen en de organisatie van het Maritiem Reddings- en Coördinatiecentrum en zijn uitvoeringsbesluiten;
het decreet van 19 december 2008 betreffende de River Information Services op de binnenwateren en zijn uitvoeringsbesluiten.
Dit decreet geldt met behoud van de toepassing van de volkenrechtelijke en Unierechtelijke rechten en verplichtingen van het Vlaamse Gewest met betrekking tot de erin geregelde aangelegenheden. In het bijzonder doet dit decreet geen afbreuk aan het verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Vlaamse Gewest inzake het gemeenschappelijk nautisch beheer in het Scheldegebied, ondertekend in Middelburg op 21 december 2005.