Titel 2.
De scheepvaartwegen


Hoofdstuk 1.
Taken van het Vlaamse Gewest als waterwegbeheerder


Art. 6.
Met behoud van de toepassing van de overige bepalingen van dit decreet, en onder voorbehoud van de bepalingen van het decreet van 2 april 2004 betreffende het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde agentschap De Vlaamse Waterweg nv, naamloze vennootschap van publiek recht, staat het Vlaamse Gewest als waterwegbeheerder in voor het beheer en de exploitatie van de waterweg en het watergebonden gebied.
Deze taak kan onder meer de volgende activiteiten omvatten:
het bouwen, vernieuwen, onderhouden, herstellen, bedienen en uitrusten van de sluizen, bruggen en stuwen;
het aanleggen, verbeteren, inrichten en uitrusten van de basisinfrastructuur en de laad- en losinstallaties, alsmede het regelen van het gebruik daarvan;
het huren of verhuren, het in concessie nemen of geven van het watergebonden gebied of een deel ervan en het vestigen of verwerven van andere rechten op het watergebonden gebied of een deel ervan;
het geheel of gedeeltelijk bouwrijp maken van het watergebonden gebied;
het voeren van een specifiek op watergebonden bedrijvigheden en op watergebonden overslag gericht industrialisatiebeleid;
het creëren van nieuwe, watergebonden bedrijfszones;
het bouwen, onderhouden, inrichten en beheer van oevers, jaagpaden evenals dijken en waterkeringen;
het verrichten van de nodige baggerwerkzaamheden voor de instandhouding van de diepten;
het peilbeheer en het beheren van de bevloeiingen;
10°
het innen van rechten van welke aard ook, wegens het gebruik van de waterweg;
11°
het uitvoeren van onderhoudstaken op kleine kanalen.

Hoofdstuk 2.
Burgerlijke aansprakelijkheid van de waterwegbeheerder


Art. 7.
De aanwezigheid van voorwerpen en afwijkingen van de vastgestelde of gangbare vaarmogelijkheden in een waterweg als gevolg van natuurlijke processen vormt voor de toepassing van artikel 1384, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek geen gebrek of abnormaal kenmerk van de waterweg.

Art. 8.
De waterwegbeheerder is niet aansprakelijk op grond van artikel 1384, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek voor de niet uit een natuurlijk proces volgende aanwezigheid van voorwerpen en afwijkingen van de vastgestelde of gangbare vaarmogelijkheden in een waterweg die van boven de waterspiegel niet met het blote oog waarneembaar zijn.

Art. 9.
De waterwegbeheerder is niet aansprakelijk voor de volgende vormen van schade:
schade die te wijten is aan maatregelen die in het algemeen belang worden genomen;
averij of scheepvaartstremming veroorzaakt door een aanvaring of een raak met kunstwerken in hoofde van derde partijen.

Art. 10.

§ 1

In geval van schade te wijten aan een fout of verzuim in hoofde van de waterwegbeheerder of zijn aangestelden of veroorzaakt door een gebrek van de zaak die de waterwegbeheerder onder zijn bewaring heeft, is de aansprakelijkheid van de waterwegbeheerder beperkt tot het overeenkomstig paragraaf 2 vastgestelde bedrag indien de schade voortvloeit uit één van de volgende oorzaken:
een defect aan of een gebrek in de verkeerstekens en de apparaten die dienen om inlichtingen of instructies aan schepen te geven, zoals bakens en boeien;
een defect aan of een gebrek in de kunstwerken, zoals sluizen, bruggen en taluds.

§ 2

Het bedrag waartoe de aansprakelijkheid van de waterwegbeheerder per schadeverwekkend feit is beperkt, is afhankelijk van de waterwegklasse van de waterweg waarop het schadeverwekkende feit zich voordoet.
Per schadeverwekkend feit worden de bedragen voor elke waterwegklasse als volgt vastgesteld:
Klasse
Bedrag
I
50.000,00 EUR
II
81.250,00 EUR
III
125.000,00 EUR
IV
187.500,00 EUR
Va
375.000,00 EUR
Vb
400.000,00 EUR
VIa
750.000,00 EUR
VIb
1.500.000,00 EUR
VIc
2.250.000,00 EUR
VII
3.375.000,00 EUR

§ 3

De beperking van de aansprakelijkheid van de waterwegbeheerder geldt niet wanneer zijnerzijds opzet of grove schuld aanwezig is.

§ 4

Alle bedragen worden op 1 januari van elk jaar aangepast aan het indexcijfer van de gezondheidsindex van december van het voorgaande jaar, waarbij het aanvangsindexcijfer datgene is van december 2021. Onder de gezondheidsindex wordt verstaan de afgevlakte gezondheidsindex, vermeld in artikel 2, § 2, van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van's lands concurrentievermogen.

Art. 11.

§ 1

Wanneer de waterwegbeheerder kennis krijgt van een tegen hem gerichte vordering tot schadevergoeding, in of buiten rechte, met betrekking tot een schadeverwekkend feit waarvoor de beperking van aansprakelijkheid als vermeld in artikel 10 van dit decreet geldt, kan hij een bekendmaking laten verrichten.
Indien de waterwegbeheerder een bekendmaking verricht, geschiedt deze:
in het Belgisch Staatsblad;
indien nuttig, in een of meer op de scheepvaart gerichte publicaties of in een publicatie die verschijnt in het arrondissement waar de desgevallend geadieerde rechtbank zetelt;
op de desgevallend bijkomend door de Vlaamse Regering voorgeschreven elektronische wijze.
In de bekendmaking wordt eenieder die schade lijdt als gevolg van hetzelfde schadeverwekkend feit uitgenodigd om binnen de drie maanden vanaf de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad zijn vordering in te dienen.
Wanneer een gerechtelijke procedure aanhangig is, wordt de vordering ingesteld middels een verzoek tot tussenkomst. Wanneer geen gerechtelijke procedure aanhangig werd gemaakt, wordt de vordering bij aangetekend schrijven gericht tot de waterwegbeheerder. Wordt na de bekendmaking alsnog een gerechtelijke procedure aangevat, dan stelt de waterwegbeheerder eenieder die een vordering tot hem heeft gericht in kennis van de mogelijkheid om een verzoek tot tussenkomst in te stellen.

§ 2

De waterwegbeheerder die heeft gehandeld overeenkomstig paragraaf 1, kan de beperking van aansprakelijkheid overeenkomstig artikel 10 van dit decreet inroepen tegen alle personen die een vordering instellen. Het bedrag waartoe de aansprakelijkheid wordt beperkt, wordt onder de eisers van alle tijdig ingediende en gegrond bevonden vorderingen verdeeld in evenredigheid met de bedragen van hun gegrond bevonden vorderingen.

§ 3

Indien de aansprakelijkheid van de waterwegbeheerder overeenkomstig artikel 10 van dit decreet is beperkt, wordt wie meer dan drie maanden na de bekendmaking een ontvankelijke en gegronde vordering tot schadevergoeding instelt slechts vergoed voor zover de waterwegbeheerder uit hoofde van alle tijdig ingediende en gegrond bevonden vorderingen minder schadevergoeding dient te betalen dan het bedrag waartoe zijn aansprakelijkheid is beperkt. De waterwegbeheerder is niet gehouden tot de betaling van een totaalbedrag aan schadevergoedingen dat hoger ligt dan het bedrag waartoe zijn aansprakelijkheid is beperkt.

Hoofdstuk 3.
Instandhouding en functionaliteit


Afdeling 1.
Algemene bepalingen


Art. 12.
De Vlaamse Regering stelt voor elke waterweg of elk waterweggedeelte de waterwegklasse vast.
Wat betreft de waterwegen of waterweggedeelten beheerd door De Vlaamse Waterweg nv, stelt de Vlaamse Regering de waterwegklasse vast na advies van de raad van bestuur van De Vlaamse Waterweg nv.

Art. 13.
De waterwegen zijn goederen van het openbaar domein met een functie als scheepvaartweg. Het gebruik voor de scheepvaart heeft er voorrang op andere activiteiten.

Art. 14.
Met behoud van de toepassing van de bepalingen van hoofdstuk 2 van titel 2 en los van de mogelijkheid voor de waterwegbeheerder om het scheepvaartverkeer op bepaalde waterwegen of delen daarvan om veiligheidsredenen of andere reden van algemeen belang geheel of gedeeltelijk te beperken of te verbieden, treft de waterwegbeheerder de nodige maatregelen opdat het verkeer van de schepen ten minste overeenkomstig de vastgestelde waterwegklasse kan worden verzekerd.

Art. 15.
In geval een voorwerp in de door een waterwegbeheerder beheerde waterweg terechtkomt of dreigt terecht te komen, dient eenieder door wiens toedoen zulks geschiedt dit onverwijld te melden aan de waterwegbeheerder. Bij deze melding dienen alle gegevens te worden meegedeeld die van belang zijn of kunnen zijn voor de instandhouding of het herstel van de waterweg.
De Vlaamse Regering kan betreffende deze melding de nadere regels vaststellen.

Afdeling 2.
Ruiming van gestrande, gezonken en onbeheerde schepen en andere obstakels


Art. 16.
Deze afdeling, evenals artikel 88, artikel 120 en afdeling 2 van hoofdstuk 4 van titel 6 zijn van toepassing op de binnenwateren.
Voormelde bepalingen zijn van overeenkomstige toepassing op de territoriale zee en de exclusieve economische zone wat betreft de schepen, wrakstukken, gezonken tuigen of voorwerpen die een aantasting van de bereikbaarheid van de Vlaamse havens en waterwegen vormen.
In het geval, vermeld in het tweede lid, komen de bevoegdheden toe aan de Vlaamse Regering.

Art. 17.
De eigenaar, huurder, of bevrachter, aan wie het schip voor eigen gebruik ter beschikking gesteld wordt, alsmede de exploitant van een schip dat is gestrand of gezonken of van een onbeheerd schip, moet dit schip, met inbegrip van alles wat zich aan boord bevindt of heeft bevonden, inzonderheid de lading, vlot brengen en verwijderen naar de daartoe door de bevoegde autoriteit aangewezen plaats.
Wrakstukken, gezonken tuigen en alles wat vanop een schip in het water is terechtgekomen, alsmede alle andere voorwerpen die in het water zijn terechtgekomen, moeten eveneens door hun respectieve eigenaars, worden gelicht en worden verwijderd.
De waterwegbeheerder of het havenbedrijf kan daartoe verplichtingen opleggen, zoals een termijn waarbinnen het vlotbrengen of verwijderen dient te geschieden.
De uitvoering van de voormelde verplichtingen kan niet worden verhinderd door enige beslag- of dwangmaatregel.

Art. 18.
Degene die aansprakelijk is voor de gebeurtenis waardoor het schip gestrand, gezonken of onbeheerd is of waardoor enig ander voorwerp in het water is terechtgekomen en, bij gebreke van zulke aansprakelijke, de persoon, vermeld in artikel 17, eerste of tweede lid, is aan de waterwegbeheerder of het havenbedrijf de betaling verschuldigd van de kosten die voor deze waterwegbeheerder of dit havenbedrijf voortvloeien uit de ambtshalve, krachtens artikel 140 bevolen maatregelen en uitgevoerde verrichtingen.
De bedragen die de verzekeraars van de eigen schade of van de aansprakelijkheid, inbegrepen de onderlinge verzekeringsmaatschappijen, verschuldigd zijn wegens het verlies van het schip of van enig ander voorwerp of wegens de gebeurtenis waardoor het schip gestrand, gezonken of onbeheerd is of enig ander voorwerp in het water is terechtgekomen, aan de personen die krachtens artikel 141 of krachtens dit artikel schuldenaar zijn van de waterwegbeheerder of het havenbedrijf, worden, ter voldoening van de in het eerste lid bedoelde kosten, door de betreffende verzekeraars rechtstreeks aan de waterwegbeheerder of het havenbedrijf betaald. De waterwegbeheerder of het havenbedrijf bezit een eigen recht jegens de verzekeraars.
Geen betaling door deze verzekeraars aan de verzekerde bevrijdt zolang de vorderingen van de waterwegbeheerder of het havenbedrijf niet volledig werden voldaan.

Art. 19.

§ 1

Voor zover het Verdrag van Straatsburg van 2012 inzake de beperking van aansprakelijkheid in de binnenvaart (CLNI 2012), ondertekend te Straatsburg op 27 september 2012, niet van toepassing is, kan de eigenaar van een schip, die op grond van artikel 18 schuldenaar is van de betaling van de kosten, daarbij zijn aansprakelijkheid beperken. Hetzelfde geldt voor de huurder of bevrachter, aan wie het schip voor eigen gebruik ter beschikking gesteld wordt, alsmede de exploitant van een schip die op grond van artikel 18 schuldenaar is van de betaling van de kosten.

§ 2

Voor de schepen onderworpen aan het Internationaal Verdrag van 23 juni 1969 betreffende de meting van schepen, kan de aansprakelijkheid worden beperkt tot de volgende bedragen:
voor een schip van niet meer dan 500 ton: tot 370.000 euro;
voor een schip van meer dan 500 ton wordt het onder punt 1° vermelde bedrag vermeerderd met:
a)
445 euro per ton voor elke toename van de tonnenmaat met één ton van 501 tot en met 6000 ton;
b)
175 euro per ton voor elke toename van de tonnenmaat met één ton van 6001 tot 70.000 ton;
c)
125 euro voor elke toename van de tonnenmaat met één ton boven 70.000 ton.
Voor de overige schepen kan de aansprakelijkheid worden beperkt tot de waarde van het schip op het ogenblik van de ambtshalve, krachtens artikel 140 bevolen maatregelen en uitgevoerde verrichtingen, met een minimum evenwel van 375.00 euro.
Voor de toepassing van deze paragraaf wordt onder tonnenmaat verstaan: de brutotonnenmaat berekend overeenkomstig de voorschriften van meting, vervat in Bijlage I van het Internationaal Verdrag van 23 juni 1969 betreffende de meting van schepen.
De Vlaamse Regering is gemachtigd de voormelde bedragen aan te passen, rekening houdend met de economische toestand.

§ 3

De verzekeraar van de in paragraaf 1 bedoelde persoon kan zich op dezelfde beperking beroepen.

§ 4

De in paragraaf 1 bedoelde persoon is niet gerechtigd zijn aansprakelijkheid te beperken als wordt bewezen dat de schade het gevolg is van zijn persoonlijk handelen of nalaten, begaan hetzij met het opzet zodanige schade te veroorzaken, hetzij roekeloos en met het bewustzijn dat zodanige schade er waarschijnlijk zou uit voortvloeien.

Afdeling 3.
Jaagpaden


Art. 20.
De waterwegbeheerder beheert de jaagpaden bij de waterwegen die onder zijn beheer vallen.
Indien het jaagpad tevens fungeert als rijbaan in de zin van de federale regelgeving betreffende de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, wordt het beheerd door de betrokken wegbeheerder.
De Vlaamse Regering kan de nadere modaliteiten van het beheer van de jaagpaden bepalen.

Art. 21.
Op de langs waterwegen gelegen erven die niet aan de waterwegbeheerder toebehoren en waarop deze geen recht van erfpacht, opstal of vruchtgebruik heeft, rust ten behoeve van het gebruik van de waterweg een erfdienstbaarheid van jaagpad en oevererf.
De erfdienstbaarheid houdt in dat de houders van zakelijke rechten op de bedoelde erven moeten gedogen dat een jaagpad wordt aangelegd of in stand gehouden en dat het erf wordt gebruikt ten behoeve van de waterweg en dit gebruik niet mogen hinderen. De Vlaamse Regering bepaalt nader welke lasten op de erven rusten en wie de begunstigden zijn, evenals in welke gevallen deze lasten onevenredige nadelige gevolgen uitmaken en de vergoeding die daarvoor verschuldigd is, en kan daarbij een onderscheid maken naar de kenmerken en de bestemming van de waterwegen.
Overeenkomstig de modaliteiten en binnen de grenzen vastgesteld door de Vlaamse Regering, bepaalt de waterwegbeheerder de ruimtelijke uitgestrektheid van de erfdienstbaarheid van jaagpad en oevererf.

Art. 22.
Op de langs waterwegen gelegen erven die met een erfdienstbaarheid van jaagpad en oevererf zijn bezwaard, mogen binnen de ruimtelijke uitgestrektheid van de erfdienstbaarheid van jaagpad en oevererf door anderen dan de waterwegbeheerder geen werken of beplantingen worden uitgevoerd zonder de voorafgaande machtiging van de waterwegbeheerder.
De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor het verlenen van dergelijke machtiging.

Art. 23.
De houders van zakelijke rechten op erven die voorheen niet langs waterwegen gelegen waren maar die, door de aanleg van een nieuwe waterweg of doordat een niet-bevaarbare waterloop wordt ingedeeld bij de waterwegen, vanaf een bepaald tijdstip langs waterwegen gelegen erven worden, hebben in de mate dat hun zakelijk recht in waarde vermindert als gevolg van de erfdienstbaarheid van jaagpad en oevererf recht op een billijke vergoeding van die waardevermindering.

Art. 24.
Het is verboden het gebruik van het jaagpad voor de dienst van de waterwegbeheerder of voor scheepvaartdoeleinden te hinderen.

Hoofdstuk 4.
Openbaar gebruik


Afdeling 1.
Algemene bepalingen


Art. 25.
Elke gebruiker van de waterweg dient zijn gedrag aan te passen aan de plaatsgesteldheid, de belemmeringen, de verkeersdichtheid en de aanwezigheid van andere waterweggebruikers, het zicht, de staat van de waterweg, de weersomstandigheden en de aard en staat van zijn schip en lading.

Art. 26.
De gebruikers van de waterweg zijn verplicht de aanwijzingen en bevelen op te volgen welke in bijzondere gevallen, met betrekking tot de door dit decreet geregelde aangelegenheden worden gegeven door de bevoegde personen, als mede gevolg te geven aan dan wel rekening te houden met de overeenkomstig de bepalingen van dit decreet uitgevaardigde nautische publicaties en aangebrachte verkeerstekens.
De aanwijzingen en bevelen gaan boven de nautische publicaties en de verkeerstekens.
De voorschriften in de nautische publicaties gaan boven de verkeerstekens, tenzij het tegendeel in de betreffende nautische publicatie uitdrukkelijk wordt aangegeven.
De Vlaamse Regering duidt de personen aan die, naast de personen bevoegd voor het opsporen van overtredingen, aanwijzingen en bevelen mogen geven.

Art. 27.
Indien een gebruiker van de door een waterwegbeheerder beheerde waterweg schade berokkent aan de waterweg stelt hij de waterwegwegbeheerder hiervan onverwijld in kennis. Bij deze melding dienen alle gegevens te worden meegedeeld die voor de instandhouding of het herstel van de waterweg van belang zijn of kunnen zijn.
De Vlaamse Regering kan betreffende deze melding de nadere regels vaststellen.

Afdeling 2.
Jaagpaden


Art. 28.
Voor zover dit verenigbaar is met het gebruik door de waterwegbeheerder of in zijn opdracht optredende personen in het raam van het beheer, het onderhoud en de exploitatie van de waterweg en met het gebruik voor scheepvaartdoeleinden of voor overslagactiviteiten van aanpalende bedrijven, zijn de jaagpaden eveneens bestemd voor het verkeer per rijwiel of te voet. Het verkeer met voortbewegingstoestellen, bromfietsen klasse A of speedpedelecs kan er eveneens worden toegelaten.
Waar het in het licht van de lokale omstandigheden passend wordt geacht en wanneer verenigbaar met het gebruik door de waterwegbeheerder, kunnen de jaagpaden worden ingericht als fietspaden in de zin van de federale regelgeving betreffende de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg. De Vlaamse Regering kan regels vaststellen betreffende de inrichting van de jaagpaden ten behoeve van het gebruik door fietsers en voetgangers.

Art. 29.
Ingeval ze het normale openbaar gebruik kunnen hinderen of leiden tot het geheel of gedeeltelijk afsluiten van het jaagpad, moet, zonder afbreuk te doen aan de bevoegdheden van andere overheden, voor activiteiten en evenementen op de jaagpaden vooraf een toelating worden verkregen van de beheerder van het jaagpad. Aan dergelijke toelating kunnen door de beheerder voorwaarden worden verbonden.
De Vlaamse Regering bepaalt de vorm, geldigheidsduur en de procedure tot het verkrijgen van de toelating, vermeld in het eerste lid, evenals de door de beheerder van het jaagpad minimaal te hanteren criteria.

Art. 30.
Het gebruik van de jaagpaden geschiedt op risico van de gebruiker, die te allen tijde rekening moet houden met de plaatselijke gesteldheid en met het gebruik voor scheepvaartdoeleinden en de overige noden van het waterwegenbeheer.

Afdeling 3.
Verkeerstekens


Art. 31.
Met uitzondering van artikel 33 en artikel 34, eerste lid, tweede zin, en zonder afbreuk te doen aan de bevoegdheid van andere overheden om nadere regels vast te stellen, is deze afdeling van overeenkomstige toepassing in de havengebieden beheerd en geëxploiteerd door de havenbedrijven.

Art. 32.
Overeenkomstig de ter zake geldende volken- en Unierechtelijke verplichtingen van het Vlaamse Gewest, bepaalt de Vlaamse Regering de vorm en het uitzicht van de verkeerstekens nodig voor het beheer van de waterweg.

Art. 33.
Verkeerstekens die een gebod of een verbod inhouden worden geplaatst en verwijderd door de waterwegbeheerder die de maatregel heeft genomen of, onder door deze waterwegbeheerder bepaalde voorwaarden, door derden.
Met behoud van de toepassing van artikel 34, worden alle andere verkeerstekens geplaatst en verwijderd door de waterwegbeheerder, of, onder door de waterwegbeheerder bepaalde voorwaarden, door derden.

Art. 34.
Verkeersbelemmeringen worden, op de wijze bepaald door de Vlaamse Regering, aangeduid door degene die ze heeft doen ontstaan. Indien hij hierin tekortschiet, neemt de waterwegbeheerder deze verplichting op zich.
Werken in uitvoering worden, onder door de waterwegbeheerder of het havenbedrijf bepaalde voorwaarden, aangeduid door degene die de werken uitvoert. Indien hij hierin tekortschiet, kan de waterwegbeheerder of het havenbedrijf, zonder afbreuk te doen aan de exclusieve verantwoordelijkheid ter zake van de uitvoerder der werken en zonder zelf enige aansprakelijkheid op te nemen, de nodige signalisatie aanbrengen.

Art. 35.
Behoudens artikel 33 en 34, is het verboden, zonder daartoe bevoegd te zijn, een verkeersteken aan te brengen of te doen aanbrengen dan wel te verwijderen of te doen verwijderen.
Het is verboden om een voorwerp van welke aard ook, dat de gebruiker van de waterweg of de aanhorigheden in verwarring zou kunnen brengen, langs, in of boven een verkeersteken aan te brengen, te doen aanbrengen of te houden.

Art. 36.
De kosten verbonden aan het plaatsen, onderhouden, vernieuwen en verwijderen van de verkeerstekens worden gedragen door degene die de betrokken handeling heeft verricht.
De kosten van de aanduiding van verkeersbelemmeringen door de waterwegbeheerder of het havenbedrijf indien de persoon die de verkeersbelemmering heeft veroorzaakt dit nalaat, worden gedragen door deze laatste.
De kosten van de aanduiding van werken in uitvoering door de waterwegbeheerder of het havenbedrijf indien de persoon die de werken uitvoert dit nalaat, worden gedragen door deze laatste.

Afdeling 4.
Nautische publicaties


Art. 37.
De waterwegbeheerder en andere bevoegde autoriteiten kunnen tot de gebruikers van de waterweg nautische publicaties richten.
De nautische publicaties bevatten bekendmakingen aan de gebruiker van de waterweg, waarbij door de waterwegbeheerder of de bevoegde autoriteit ten aanzien van de door of krachtens dit decreet geregelde aangelegenheden een gebod of verbod wordt uitgevaardigd dan wel een inlichting wordt verstrekt met betrekking tot een waterweg, een waterweggedeelte of het gebruik ervan. De in nautische publicaties vervatte voorschriften zijn beperkt tot aangelegenheden van tijdelijke aard en met een beperkte draagwijdte, die verband houden met een lokale toestand of gebeurtenis. Zij hebben een geldigheidsduur van ten hoogste drie jaar.
De nautische publicaties worden bekendgemaakt op een website van de waterwegbeheerder of andere bevoegde autoriteit.

Hoofdstuk 5.
Watercaptatie


Art. 38.
Dit hoofdstuk is van toepassing op de waterwegen en in de havengebieden beheerd en geëxploiteerd door de havenbedrijven.

Art. 39.
In alle waterwegen en havens moet degene die water capteert:
melding maken van het capteren van minder dan 500 kubieke meter per jaar, hierna genoemd de melding van een watervang; of
een vergunning verkrijgen voor het capteren van 500 kubieke meter en meer per jaar, hierna genoemd de vergunning voor een watervang.
Captatie van water is enkel toegestaan op de vaste captatielocaties, aangeduid door de waterwegbeheerder of het havenbedrijf. Aangelanden mogen echter wel vanaf de aangelande grond die zij bezitten water capteren.

Art. 40.

§ 1

De melding van een watervang gebeurt bij de waterwegbeheerder of het havenbedrijf.
De vergunning voor een watervang wordt afgeleverd door de waterwegbeheerder of het havenbedrijf.

§ 2

De Vlaamse Regering kan de nadere modaliteiten van de melding van een watervang en de voorwaarden en procedure voor de afgifte van de vergunning voor een watervang omschrijven.

§ 3

Met het oog op de uitvoering van de bevoegdheden en de taken, vermeld in of ter uitvoering van dit hoofdstuk en de uitvoeringsbesluiten ervan, worden persoonsgegevens verwerkt. De waterwegbeheerder of het havenbedrijf is de verantwoordelijke voor de verwerking.
De verwerking van persoonsgegevens in het kader van dit hoofdstuk heeft betrekking op identificatiegegevens van natuurlijke en/of rechtspersonen die water capteren uit de waterweg of de haven. De doelstelling van deze verwerking van persoonsgegevens betreft het overzicht van de waterwegbeheerder of het havenbedrijf op de hoeveelheid van water die uit hun waterwegen of havens wordt gecapteerd om ervoor te kunnen zorgen dat alle functies van de waterweg of de haven kunnen worden gegarandeerd.
De Vlaamse Regering bepaalt welke gegevens worden verwerkt en van welke betrokkenen, stelt de wijze vast waarop die gegevens worden verwerkt en stelt de maximale bewaartermijn van de gegevens vast. De persoonsgegevens worden in ieder geval niet langer bewaard dan nodig is voor de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt, en maximaal voor een periode van 5 jaar.
Voor de bescherming van de persoonsgegevens neemt de waterwegbeheerder of het havenbedrijf gepaste technische en organisatorische maatregelen, rekening houdend, enerzijds, met de stand van de techniek ter zake en de kosten voor het toepassen van de maatregelen en, anderzijds, met de aard van de te beveiligen gegevens en de potentiële risico's.

Art. 41.
Bij uitzonderlijk lage waterstanden, waarbij captatie van water gevaar kan opleveren voor de scheepvaart of voor de waterwegen of de havens, of bij slechte waterkwaliteit, kan door de waterwegbeheerder of het havenbedrijf een tijdelijk verbod of een tijdelijk beperking van captatie worden opgelegd.
De Vlaamse Regering bepaalt hiervan de modaliteiten.

Art. 43.
Voor het vaststellen van het totale volume gecapteerd water per jaar worden alle bestaande en nog te bouwen watervangen uitgerust met een debietmetingssysteem. Dit wordt geplaatst op kosten van de vergunninghouder.
Voor het gebeurlijk vaststellen van het totale volume teruggestort water per jaar zal de vergunninghouder in een bijkomend debietmetingssysteem voorzien.
De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden waaraan deze debietmetingssystemen moeten voldoen.

Art. 44.
De waterwegbeheerder of het havenbedrijf is belast met de inning en de invordering van de verschuldigde bedragen en met de controle op de naleving van de verplichtingen inzake de watervang.
De Vlaamse Regering regelt de uitvoering van dit artikel. Zij bepaalt de vergoeding die aan de in het eerste lid van dit artikel genoemde beheerders toekomt, onverminderd de bevoegdheid ter zake van het agentschap De Vlaamse Waterweg nv om die inning en vorderingen in de door hen beheerde kanalen en waterwegen voor eigen rekening uit te voeren.