Art. 10.

§ 1

In geval van schade te wijten aan een fout of verzuim in hoofde van de waterwegbeheerder of zijn aangestelden of veroorzaakt door een gebrek van de zaak die de waterwegbeheerder onder zijn bewaring heeft, is de aansprakelijkheid van de waterwegbeheerder beperkt tot het overeenkomstig paragraaf 2 vastgestelde bedrag indien de schade voortvloeit uit één van de volgende oorzaken:
een defect aan of een gebrek in de verkeerstekens en de apparaten die dienen om inlichtingen of instructies aan schepen te geven, zoals bakens en boeien;
een defect aan of een gebrek in de kunstwerken, zoals sluizen, bruggen en taluds.

§ 2

Het bedrag waartoe de aansprakelijkheid van de waterwegbeheerder per schadeverwekkend feit is beperkt, is afhankelijk van de waterwegklasse van de waterweg waarop het schadeverwekkende feit zich voordoet.
Per schadeverwekkend feit worden de bedragen voor elke waterwegklasse als volgt vastgesteld:
Klasse
Bedrag
I
50.000,00 EUR
II
81.250,00 EUR
III
125.000,00 EUR
IV
187.500,00 EUR
Va
375.000,00 EUR
Vb
400.000,00 EUR
VIa
750.000,00 EUR
VIb
1.500.000,00 EUR
VIc
2.250.000,00 EUR
VII
3.375.000,00 EUR

§ 3

De beperking van de aansprakelijkheid van de waterwegbeheerder geldt niet wanneer zijnerzijds opzet of grove schuld aanwezig is.

§ 4

Alle bedragen worden op 1 januari van elk jaar aangepast aan het indexcijfer van de gezondheidsindex van december van het voorgaande jaar, waarbij het aanvangsindexcijfer datgene is van december 2021. Onder de gezondheidsindex wordt verstaan de afgevlakte gezondheidsindex, vermeld in artikel 2, § 2, van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van's lands concurrentievermogen.