Art. 14.
Met behoud van de toepassing van de bepalingen van hoofdstuk 2 van titel 2 en los van de mogelijkheid voor de waterwegbeheerder om het scheepvaartverkeer op bepaalde waterwegen of delen daarvan om veiligheidsredenen of andere reden van algemeen belang geheel of gedeeltelijk te beperken of te verbieden, treft de waterwegbeheerder de nodige maatregelen opdat het verkeer van de schepen ten minste overeenkomstig de vastgestelde waterwegklasse kan worden verzekerd.