Afdeling 3.
Jaagpaden


Art. 20.
De waterwegbeheerder beheert de jaagpaden bij de waterwegen die onder zijn beheer vallen.
Indien het jaagpad tevens fungeert als rijbaan in de zin van de federale regelgeving betreffende de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, wordt het beheerd door de betrokken wegbeheerder.
De Vlaamse Regering kan de nadere modaliteiten van het beheer van de jaagpaden bepalen.

Art. 21.
Op de langs waterwegen gelegen erven die niet aan de waterwegbeheerder toebehoren en waarop deze geen recht van erfpacht, opstal of vruchtgebruik heeft, rust ten behoeve van het gebruik van de waterweg een erfdienstbaarheid van jaagpad en oevererf.
De erfdienstbaarheid houdt in dat de houders van zakelijke rechten op de bedoelde erven moeten gedogen dat een jaagpad wordt aangelegd of in stand gehouden en dat het erf wordt gebruikt ten behoeve van de waterweg en dit gebruik niet mogen hinderen. De Vlaamse Regering bepaalt nader welke lasten op de erven rusten en wie de begunstigden zijn, evenals in welke gevallen deze lasten onevenredige nadelige gevolgen uitmaken en de vergoeding die daarvoor verschuldigd is, en kan daarbij een onderscheid maken naar de kenmerken en de bestemming van de waterwegen.
Overeenkomstig de modaliteiten en binnen de grenzen vastgesteld door de Vlaamse Regering, bepaalt de waterwegbeheerder de ruimtelijke uitgestrektheid van de erfdienstbaarheid van jaagpad en oevererf.

Art. 22.
Op de langs waterwegen gelegen erven die met een erfdienstbaarheid van jaagpad en oevererf zijn bezwaard, mogen binnen de ruimtelijke uitgestrektheid van de erfdienstbaarheid van jaagpad en oevererf door anderen dan de waterwegbeheerder geen werken of beplantingen worden uitgevoerd zonder de voorafgaande machtiging van de waterwegbeheerder.
De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor het verlenen van dergelijke machtiging.

Art. 23.
De houders van zakelijke rechten op erven die voorheen niet langs waterwegen gelegen waren maar die, door de aanleg van een nieuwe waterweg of doordat een niet-bevaarbare waterloop wordt ingedeeld bij de waterwegen, vanaf een bepaald tijdstip langs waterwegen gelegen erven worden, hebben in de mate dat hun zakelijk recht in waarde vermindert als gevolg van de erfdienstbaarheid van jaagpad en oevererf recht op een billijke vergoeding van die waardevermindering.

Art. 24.
Het is verboden het gebruik van het jaagpad voor de dienst van de waterwegbeheerder of voor scheepvaartdoeleinden te hinderen.