Afdeling 1.
Algemene bepalingen


Art. 25.
Elke gebruiker van de waterweg dient zijn gedrag aan te passen aan de plaatsgesteldheid, de belemmeringen, de verkeersdichtheid en de aanwezigheid van andere waterweggebruikers, het zicht, de staat van de waterweg, de weersomstandigheden en de aard en staat van zijn schip en lading.

Art. 26.
De gebruikers van de waterweg zijn verplicht de aanwijzingen en bevelen op te volgen welke in bijzondere gevallen, met betrekking tot de door dit decreet geregelde aangelegenheden worden gegeven door de bevoegde personen, als mede gevolg te geven aan dan wel rekening te houden met de overeenkomstig de bepalingen van dit decreet uitgevaardigde nautische publicaties en aangebrachte verkeerstekens.
De aanwijzingen en bevelen gaan boven de nautische publicaties en de verkeerstekens.
De voorschriften in de nautische publicaties gaan boven de verkeerstekens, tenzij het tegendeel in de betreffende nautische publicatie uitdrukkelijk wordt aangegeven.
De Vlaamse Regering duidt de personen aan die, naast de personen bevoegd voor het opsporen van overtredingen, aanwijzingen en bevelen mogen geven.

Art. 27.
Indien een gebruiker van de door een waterwegbeheerder beheerde waterweg schade berokkent aan de waterweg stelt hij de waterwegwegbeheerder hiervan onverwijld in kennis. Bij deze melding dienen alle gegevens te worden meegedeeld die voor de instandhouding of het herstel van de waterweg van belang zijn of kunnen zijn.
De Vlaamse Regering kan betreffende deze melding de nadere regels vaststellen.