Afdeling 5.
Veiligheid van schepen en bemanningsvoorschriften in de binnenvaart


Art. 54.
Deze afdeling voorziet in de gedeeltelijke omzetting van richtlijn (EU) 2016/1629 van het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2016 tot vaststelling van de technische voorschriften voor binnenschepen, tot wijziging van Richtlijn 2009/100/EG en tot intrekking van Richtlijn 2006/87/EG en van richtlijn (EU) 2017/2397 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2017 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties in de binnenvaart en tot intrekking van de Richtlijnen 91/672/EEG en 96/50/EG van de Raad.

Art. 55.
Deze afdeling, evenals artikel 116, artikel 121 tot en met 123 en afdeling 3 van hoofdstuk 4 van titel 6, zijn van toepassing op:
elk binnenschip, met uitzondering van de pleziervaartuigen; en
andere schepen, met uitzondering van pleziervaartuigen en marineschepen en met uitzondering van zeeschepen, zeesleepboten en zeeduwboten die aan een van de volgende voorwaarden voldoen:
a)
in getijdenwateren varen of stilliggen;
b)
tijdelijk op binnenwateren varen als ze minstens beschikken over:
1)
al de volgende certificaten:
i)
een certificaat van conformiteit met het Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee van 1974 (SOLAS) of een gelijkwaardig certificaat;
ii)
een certificaat van conformiteit met het Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen van 1966, of een gelijkwaardig certificaat;
iii)
een internationaal certificaat van voorkoming van verontreiniging door olie (International Oil Pollution Prevention (IOPP)) als bewijs voor de conformiteit met het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen van 1973/78 (MARPOL);
2)
in geval van zeeschepen die niet onder het SOLAS-verdrag, noch het Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen van 1966, noch het MARPOL-verdrag vallen: de relevante certificaten en de uitwateringsmerken die wettelijk verplicht zijn in hun vlaggenstaat;
3)
in geval van passagiersschepen die niet vallen onder de verdragen, vermeld in punt 1): een certificaat inzake veiligheidsvoorschriften en normen voor passagiersschepen dat afgegeven is overeenkomstig richtlijn 2009/45/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 inzake veiligheidsvoorschriften en -normen voor passagiersschepen.
Met het oog op de uitvoering van de bevoegdheden en de taken, vermeld in of ter uitvoering van deze afdeling en de uitvoeringsbesluiten ervan, worden persoonsgegevens verwerkt, inclusief de gegevens, vermeld in artikel 9, lid 1, van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming).
De Vlaamse Regering bepaalt welke gegevens worden verwerkt en van welke betrokkenen, stelt de wijze vast waarop die gegevens worden verwerkt, wijst de verantwoordelijke voor de verwerking aan, bepaalt, onverminderd de in het tweede lid vermelde doeleinden, de bijkomende doeleinden van de verwerking en stelt de maximale bewaartermijn van de gegevens vast. De persoonsgegevens worden in ieder geval niet langer bewaard dan nodig is voor de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt. Indien de gegevens openbaar worden gemaakt of aan derden kunnen worden overgemaakt, stelt de verwerkingsverantwoordelijke de betrokkenen op de hoogte van de categorieën van ontvangers.

Art. 56.
Geen schip mag vanuit een Vlaamse haven zee kiezen of op de binnenwateren varen of stilliggen zonder in staat van veiligheid te zijn en zonder voorzien te zijn van de certificaten zoals vastgesteld door de Vlaamse Regering overeenkomstig artikel 57 met betrekking tot de veiligheid van de scheepvaart en met betrekking tot het voorkomen van verontreiniging door schepen in zoverre laatst genoemde certificaten technische voorschriften inzake uitrusting en exploitatie van het schip met het oog op het beschermen van het milieu betreffen.

Art. 57.
De Vlaamse Regering bepaalt:
de in artikel 56 bedoelde certificaten;
de voorwaarden tot aflevering van de onder punt 1° bedoelde certificaten;
de voorwaarden waaraan elk schip moet voldoen om in staat van veiligheid te zijn, inzonderheid de voorschriften betreffende:
a)
de bouw en de staat van onderhoud;
b)
de reddingsmiddelen;
c)
het tuigage en de reserveonderdelen, met inbegrip van de middelen tegen brand en de wisselstukken;
d)
de nautische instrumenten, de seintoestellen, de telecommunicatiemiddelen en hun gebruik;
e)
de motoren, de mechanische en elektrische toestellen;
f)
de lichamelijke geschiktheid, de brevetten, vergunningen en andere soortgelijke attesten, welke kunnen worden vereist van de bemanning alsmede het aantal bemanningsleden;
g)
het aantal passagiers dat mag worden vervoerd;
h)
de bewoonbaarheid van de inrichtingen, de hygiëne en de gezondheidsvoorwaarden;
i)
de diepgangschalen en de vrijboordmerken;
j)
de stabiliteit, het stouwen van de lading en het ballasten;
k)
het laad- en losgerei;
l)
de lading;
m)
het vervoer van gevaarlijke stoffen;
de voorwaarden waaronder de bevoegde autoriteit, in bijzondere gevallen, vrijstelling kan verlenen van de toepassing van een of meer bepalingen van de ter uitvoering van deze afdeling genomen besluiten;
de bemanningsvoorschriften en de verplichtingen van de bemanning en andere opvarenden, alsook van de eigenaars van schepen in verband met de veiligheid van de scheepvaart, de opvarenden en de lading en in verband met het milieu in zoverre die laatste verplichtingen betrekking hebben op technische voorschriften inzake uitrusting en exploitatie van het schip met het oog op het beschermen van het milieu;
de voorwaarden waaronder de organisaties kunnen worden erkend en gemachtigd tot het uitvoeren van gehele of gedeeltelijke inspecties en controles van schepen in verband met certificaten met betrekking tot de veiligheid van de scheepvaart en certificaten met betrekking tot het voorkomen van verontreiniging door schepen in zoverre laatstgenoemde certificaten technische voorschriften inzake uitrusting en exploitatie van het schip met het oog op het beschermen van het milieu betreffen en in voorkomend geval tot het afgeven en vernieuwen van de in dit punt vermelde certificaten;
bijzondere regels voor onbemande schepen.

Art. 58.

§ 1

De Vlaamse Regering kan bepalen dat nader aangeduide binnenschepen moeten of mogen worden opgenomen in een Vlaams Register voor Binnenschepen.
De Vlaamse Regering:
bepaalt welke binnenschepen moeten of mogen worden geregistreerd, alsook de voorwaarden waaraan het binnenschip, zijn eigenaar of zijn exploitant daartoe vooraf moeten voldoen;
stelt de vorm van het Vlaams Register voor Binnenschepen vast, evenals de wijze waarop het register wordt beheerd;
stelt de vorm en de inhoud vast van de aanvraag die bij het register wordt gedaan;
duidt aan welke documenten bij de aanvraag moeten worden gevoegd of waarvan de voorlegging bij het onderzoek daarvan kan worden geëist;
kan bepalen dat het nummer waaronder het binnenschip is geregistreerd en de datum van de registratie moeten worden aangetekend op het document van registratie;
wijst de personen aan die gehouden zijn of gemachtigd worden om de aanvraag in te dienen en stelt daartoe een termijn vast;
stelt de termijn vast waarin de aanvraag moet gebeuren;
regelt de overmaking van gegevens en de vorm van het daartoe opgemaakte register;
bepaalt de wijzigingen die bij het Vlaams Register voor Binnenschepen moeten worden aangemeld alsook de modaliteiten en de termijn van indiening van de betreffende wijzigende aanmelding;
10°
regelt de doorhaling van de registratie;
11°
regelt de openbaarheid en overmaking van gegevens.
Met het oog op de toepassing van dit artikel wordt een binnenschip in aanbouw als binnenschip beschouwd zodra de aanbouw ervan begonnen is.

§ 2

De bevoegde autoriteit treedt op als de verwerkingsverantwoordelijke van persoonsgegevens, vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming, voor de verwerking van persoonsgegevens in het kader van dit artikel.
De verwerking van persoonsgegevens is nodig om eigenaren en/of exploitanten van schepen te kunnen contacteren. Dit draagt bij tot een efficiënt waterwegenbeheer en een vlot corridormanagement en aan een veilig waterwegennetwerk in het bijzonder in het kader van calamiteitenmanagement.
De verwerking van persoonsgegevens in het kader van dit artikel heeft betrekking op identificatiegegevens van de eigenaar en/of exploitant van schepen (naam, adres, rijksregisternummer, telefoonnummer, mailadres).
De verwerking van persoonsgegevens in het kader van dit artikel heeft betrekking op eigenaars en/of exploitanten.
Ter bevordering van de samenwerking in de uitvoering van de taken die zijn toegewezen kan de bevoegde autoriteit de gegevens die worden verwerkt in het kader van de opdrachten delen met de politiediensten, de waterwegbeheerders, de havenbedrijven en de andere bevoegde autoriteiten.
De persoonsgegevens, vermeld in het derde lid, worden bewaard voor een periode van 5 jaar na de doorhaling van de registratie.

Art. 59.

§ 1

Elk schip dat is ingeschreven in een register van een erkende classificatiemaatschappij en er in de hoogste klasse van zijn categorie is ondergebracht, is ontslagen van de door de bevoegde autoriteit of door de deskundigen te verrichten vaststellingen betreffende de punten waarover door die maatschappij toezicht is uitgeoefend.
Dezelfde vrijstelling kan worden verleend wanneer certificaten worden afgegeven door een bevoegde vreemde openbare dienst.
De bevoegde autoriteit kan evenwel nazien of, op een door haar te bepalen wijze, doen nazien of de voorwaarden gesteld voor het bekomen van het classificatiecertificaat of van andere certificaten, zijn vervuld en, zo nodig, nadere vaststellingen gelasten.

§ 2

De Vlaamse Regering wijst de classificatiemaatschappijen en de bevoegde buitenlandse openbare diensten aan, waarvan de certificaten kunnen worden aanvaard en bepaalt onder welke voorwaarden dit zal geschieden.

Art. 60.
Indien een bemanningslid oordeelt dat het schip niet alle nodige waarborgen van veiligheid oplevert, mag het te allen tijde een met redenen omkleed verzoekschrift aan de bevoegde autoriteit richten.
De bevoegde autoriteit moet het bemanningslid horen alvorens de maatregelen welke de omstandigheden vereisen, te treffen.

Art. 61.

§ 1

De Vlaamse Regering bepaalt de omstandigheden waarin bemanningsleden en andere personen die dienst doen aan boord of actief zijn bij scheepsoperaties uit hoofde van hun activiteiten of het schip waarop zij dienst doen, verplicht zijn om te beschikken over een kwalificatiecertificaat of een vergunning.
De personen op wie een dergelijke verplichting rust, moeten houder zijn van het bedoelde kwalificatiecertificaat of de bedoelde vergunning, of van een getuigschrift dat onder de door de Vlaamse Regering bepaalde voorwaarden als gelijkwaardig wordt beschouwd. Zij moeten het certificaat, de vergunning of het getuigschrift steeds bij zich ter inzage beschikbaar hebben.
Tot op een door de Vlaamse Regering vastgestelde datum moet ieder die een schip als vermeld in artikel 55, 1°, bestuurt houder zijn van een bijzonder kwalificatiecertificaat, met name een vaarbewijs, afgegeven overeenkomstig de bepalingen van dit decreet, of van een getuigschrift dat onder de door de Vlaamse Regering bepaalde voorwaarden als gelijkwaardig wordt beschouwd, en dat tevens bij zich hebben. Dit vaarbewijs of dit getuigschrift moet geldig zijn voor de categorie waarin het schip dat wordt bestuurd, is ingedeeld.
De Vlaamse Regering kan, onder de algemene voorwaarden die zij vaststelt, vrijstellen van de in deze paragraaf voorgeschreven verplichtingen uit hoofde van de categorie van schepen of de aard van de uitgevoerde activiteiten.

§ 2

Het kwalificatiecertificaat, de vergunning of het gelijkwaardige getuigschrift moet worden vertoond telkens als daarom wordt verzocht door de in artikel 112 bedoelde personen.

Art. 62.
De Vlaamse Regering bepaalt de modellen van de kwalificatiecertificaten, de vergunningen en de documenten waarin zij desgevallend worden opgenomen.
De Vlaamse Regering bepaalt de categorieën van schepen en activiteiten waarvoor zij worden afgegeven.
De Vlaamse Regering stelt de voorwaarden vast betreffende de afgifte, de geldigheid, de vervanging, de verlenging, de schorsing en de intrekking van de kwalificatiecertificaten en de vergunningen en betreffende het aantonen van het behoud van de medische geschiktheid.

Art. 63.
De kwalificatiecertificaten en vergunningen worden afgegeven indien de aanvrager voldoet aan de door de Vlaamse Regering bepaalde minimumeisen die onder meer betrekking kunnen hebben op het competentieniveau, de minimumleeftijd, de medische geschiktheid en de vereiste vaaruren.
Tot op een door de Vlaamse Regering vastgestelde datum wordt het vaarbewijs afgegeven indien de aanvrager aan volgende voorwaarden voldoet:
ten minste 18 jaar zijn;
met goed gevolg het geneeskundig onderzoek hebben ondergaan waarvan de nadere regels door de Vlaamse Regering worden bepaald en waaruit blijkt dat de aanvrager niet lijdt aan een van de lichaamsgebreken of kwalen door haar bepaald;
geslaagd zijn voor het examen over de beroepskennis waarvan de nadere regels door de Vlaamse Regering worden bepaald;
aan boord van een of meer schepen werkelijke diensten aan dek gepresteerd hebben. De Vlaamse Regering bepaalt de minimumduur en de aard van deze diensten alsook de nadere regels om deze te evalueren en te valideren.

Art. 64.
De houder van een in artikel 61 bedoeld kwalificatiecertificaat of een in artikel 61 bedoelde vergunning die er zich ervan bewust is te lijden aan een van de gebreken of een van de kwalen door de Vlaamse Regering bepaald, is verplicht binnen tien dagen zijn kwalificatiecertificaat of vergunning in te leveren bij de bevoegde autoriteit die het afgegeven heeft.
Het kwalificatiecertificaat of de vergunning, ingeleverd met toepassing van het eerste lid, wordt teruggegeven aan de houder wanneer deze met goed gevolg het geneeskundig onderzoek heeft ondergaan waarvan de nadere regels door de Vlaamse Regering worden bepaald.