Afdeling 6.
Vervoer van gevaarlijke goederen


Art. 65.
Deze afdeling voorziet in de gedeeltelijke omzetting, met betrekking tot het vervoer van gevaarlijke goederen over de binnenwateren, van richtlijná2008/68/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24áseptember 2008 betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen over land.

Art. 66.
Deze afdeling is van toepassing op het vervoer van gevaarlijke goederen over de binnenwateren, met inbegrip van de activiteiten met betrekking tot laden en lossen, de overbrenging van of naar een ander vervoermiddel en het noodzakelijke oponthoud tijdens het vervoer.
Deze afdeling is niet van toepassing op het vervoer van gevaarlijke goederen:
1░
door schepen die eigendom zijn van of onder de verantwoordelijkheid vallen van de strijdkrachten;
2░
door zeeschepen over de maritieme waterwegen die deel uitmaken van de binnenwateren;
3░
door veerboten die uitsluitend een waterweg oversteken;
4░
dat volledig binnen de begrenzing van een afgesloten gebied plaatsvindt.
Deze afdeling is evenmin van toepassing op het vervoer van radioactieve stoffen, het vervoer van explosieven en het vervoer van dierlijke stoffen die een gevaar vormen voor de bevolking.

Art. 67.
Met behoud van de toepassing van artikelá68, worden gevaarlijke goederen niet over de binnenwateren vervoerd wanneer zulks door dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten verboden is.
De Vlaamse Regering stelt nadere regels vast voor het vervoer van gevaarlijke goederen over de binnenwateren. De Vlaamse Regering kan daarbij onder meer alle vereiste maatregelen treffen ter uitvoering van de verplichtingen die voortvloeien uit de internationale verdragen en uit de krachtens deze verdragen genomen internationale akten.

Art. 68.
De bevoegde autoriteit kan, als de veiligheid niet in het gevaar komt en in uitzonderlijke gevallen, individuele toestemming verlenen voor het vervoer van gevaarlijke goederen op een bepaald traject over de binnenwateren dat krachtens dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan verboden is of erin toestemmen dat het vervoer onder andere voorwaarden plaatsvindt dan de voorwaarden bepaald door de Vlaamse Regering, op voorwaarde dat het vervoer duidelijk is gespecificeerd, van tijdelijke aard is en dat de gepaste maatregelen worden genomen om een vergelijkbaar veiligheidsniveau te bereiken.