Afdeling 9.
Laden en lossen van bulkschepen


Art. 71.
Voor de toepassing van deze afdeling, van artikel 117 en van afdeling 5 van hoofdstuk 4 van titel 6 wordt verstaan onder:
administratie van de vlaggenstaat: de bevoegde autoriteiten van de staat waarvan het bulkschip is gerechtigd de vlag te voeren;
BLU-code: de gedragscode voor veilig laden en lossen van bulkschepen, opgenomen in de bijlage bij resolutie A.862(20) van 27 november 1997 van de algemene vergadering van de Internationale Maritieme Organisatie, in de versie die van kracht is;
bulkschip: een schip zoals omschreven in voorschrift IX/1.6 van het SOLAS-verdrag van 1974 en geïnterpreteerd in resolutie 6 van de SOLAS-conferentie van 1997, dat aan een van de volgende omschrijvingen voldoet:
a)
een schip dat is geconstrueerd met een enkel dek, top-zijtanks en hopper-zijtanks in de laadruimten, dat voornamelijk voor het vervoer van vaste lading in bulk is bestemd;
b)
een ertsschip, dat wil zeggen een zeeschip met enkel dek, met twee langsschotten en een dubbele bodem in het gehele ladinggedeelte, dat is bestemd om uitsluitend in de middenruimen ertsladingen te vervoeren;
c)
een combination carrier zoals omschreven in voorschrift II2/3.27 van het SOLAS-verdrag van 1974;
graan: graan zoals omschreven in voorschrift VI/8.2 van het SOLAS-verdrag van 1974;
havenstaatcontrole-instantie: de met de scheepvaartcontrole belaste dienst;
kapitein: de persoon die het gezag voert over een bulkschip, of de scheepsofficier die door de gezagvoerder voor laad- of losverrichtingen is aangewezen;
SOLAS-verdrag van 1974: het internationaal verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee samen met de protocollen en wijzigingen daarvan, in de versie die van kracht is;
terminal: iedere vaste, drijvende of mobiele voorziening die is uitgerust voor het laden en lossen van vaste bulklading in of uit bulkschepen en die daarvoor wordt gebruikt;
terminalexploitant: de eigenaar van een terminal, of een andere organisatie of persoon aan wie de eigenaar de verantwoordelijkheid voor laad- en losverrichtingen in de terminal voor een bepaald bulkschip heeft overgedragen;
10°
terminalvertegenwoordiger: iedere door de terminalexploitant aangestelde persoon die de algemene verantwoordelijkheid en bevoegdheid heeft voor de controle op de voorbereiding, uitvoering en voltooiing van laad- en losverrichtingen door de terminal voor een bepaald bulkschip;
11°
vaste bulklading: vaste stortlading zoals omschreven in voorschrift XII/1.4 van het SOLAS-verdrag van 1974, met uitzondering van graan.
Deze afdeling regelt de omzetting, binnen de in artikel 1 van dit decreet vermelde aangelegenheden, van richtlijn 2001/96/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 december 2001 tot vaststelling van geharmoniseerde voorschriften en procedures voor het veilig laden en lossen van bulkschepen, zoals gewijzigd bij Richtlijn 2002/84/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 november 2002 houdende wijziging van de richtlijnen op het gebied van maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen en bij verordening (EG) nr. 1137/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2008 tot aanpassing aan Besluit 1999/468/EG van de Raad van een aantal besluiten waarop de procedure van artikel 251 van het Verdrag van toepassing is, wat de regelgevingsprocedure met toetsing betreft.

Art. 72.
Deze afdeling is van toepassing op alle terminals die worden aangedaan door bulkschepen, voor het laden en lossen van vaste bulklading.
Met behoud van de toepassing van de bepalingen in voorschrift VI/7 van het SOLAS-verdrag van 1974 is dit decreet niet van toepassing:
op voorzieningen die alleen in uitzonderlijke omstandigheden worden gebruikt voor het laden en lossen van vaste bulklading in of uit bulkschepen;
als voor het laden en lossen uitsluitend gebruik wordt gemaakt van de uitrusting van het bulkschip.

Art. 73.

§ 1

De terminalexploitanten zorgen ervoor dat de terminals waarvoor zij overeenkomstig deze afdeling verantwoordelijk zijn:
aan de eisen in verband met de geschiktheid van terminals voor het laden en lossen van vaste bulklading voldoen;
een of meer terminalvertegenwoordigers hebben aangesteld;
handleidingen hebben opgesteld waarin de voorschriften van de terminal en de bevoegde autoriteiten en de informatie over de haven en de terminal, vermeld in aanhangsel 1, punt 1.2, van de BLU-code, zijn opgenomen, en die handleidingen ter beschikking stellen van de kapiteins die de terminal aandoen om vaste bulklading te laden of te lossen;
geïntegreerd zijn in een globale ISO 9001: 2000-certificatie of behoren tot een vennootschap die een gecertificeerd kwaliteitszorgsysteem heeft ontwikkeld en ingevoerd, of een gecertificeerd kwaliteitszorgsysteem hebben ontwikkeld en ingevoerd overeenkomstig ISO 9001: 2000-normen – of overeenkomstig een gelijkwaardige norm die tenminste aan alle aspecten van ISO 9001: 2000 voldoet – en deze systemen onderhouden, welke overeenkomstig de richtsnoeren van de ISO 10011: 1991-norm of een gelijkwaardige norm die aan alle aspecten van ISO 10011: 1991 voldoet, aan audits wordt onderworpen. De bevoegde autoriteit zorgt ervoor dat met betrekking tot gelijkwaardige normen wordt voldaan aan richtlijn 98/34/EG.
De bevoegde autoriteit controleert of de terminalexploitanten aan de hen opgelegde eisen voldoen.

§ 2

De Vlaamse Regering legt de in paragraaf 1, 1°, vermelde eisen voor geschiktheid vast, waaraan terminals voor het laden en lossen van vaste bulklading moeten voldoen.

§ 3

Terminalexploitanten zorgen voor de ontwikkeling van het kwaliteitszorgsysteem.

§ 4

De terminalexploitant controleert tevens of het bulkschip, dat zich aan een van zijn terminals aanbiedt voor het laden of lossen van vaste bulklading, hiervoor operationeel geschikt is en of het bulkschip voldoet aan de eisen van operationele geschiktheid voor het laden en lossen van vaste bulklading, die worden vastgesteld door de federale overheid.

Art. 74.
De bevoegde autoriteit kan, in afwijking van artikel 72, § 1, 4°, aan nieuwe terminals een tijdelijke exploitatievergunning met een geldigheidsduur van ten hoogste twaalf maanden uitreiken. De terminal moet echter aantonen voornemens te zijn een kwaliteitszorgsysteem in te voeren overeenkomstig de ISO 9001: 2000-norm of een gelijkwaardige norm als vermeld in artikel 72, § 1, 4°.

Art. 75.
Door de terminalvertegenwoordigers worden de volgende beginselen in acht genomen en toegepast:
nadat de terminalvertegenwoordiger de eerste aankondiging van het vermoedelijke aankomsttijdstip van het schip heeft ontvangen, verstrekt hij aan de kapitein een aantal gegevens;
de terminalvertegenwoordiger vergewist zich ervan dat de kapitein in een zo vroeg mogelijk stadium in kennis wordt gesteld van de gegevens die op het ladingverklaringsformulier zijn vermeld;
de terminalvertegenwoordiger stelt de kapitein, de agent, de bevrachter en de havenstaatcontrole-instantie onverwijld in kennis van de door hem aan boord van een bulkschip vastgestelde tekortkomingen waardoor de veiligheid van het laden of lossen van vaste bulklading in gevaar kan komen;
voordat met laden en lossen wordt begonnen en tijdens het laden en lossen, kwijt de terminalvertegenwoordiger zich van zijn taken.
De Vlaamse Regering bepaalt welke gegevens op basis van het eerste lid, 1°, door de terminalvertegenwoordiger aan de kapitein moeten worden verstrekt.
De Vlaamse Regering legt de in het eerste lid, 4°, vermelde taken van de terminalvertegenwoordiger voor en tijdens de laad- en losverrichtingen vast.

Art. 76.
De Vlaamse Regering bepaalt de procedures die tijdens het laden en lossen van bulkschepen door de terminalvertegenwoordiger moeten worden gevolgd.

Art. 77.
Als de bevoegde autoriteit vaststelt dat er een meningsverschil bestaat over de toepassing van de procedures van artikel 76 tussen de terminalvertegenwoordiger en de kapitein, treedt zij op zodra de veiligheid dit vereist.

Art. 78.
Als de structuur of de uitrusting van het bulkschip tijdens het laden of lossen wordt beschadigd, wordt die schade door de terminalvertegenwoordiger aan de kapitein gemeld en zo nodig gerepareerd.