Art. 75.
Door de terminalvertegenwoordigers worden de volgende beginselen in acht genomen en toegepast:
1
nadat de terminalvertegenwoordiger de eerste aankondiging van het vermoedelijke aankomsttijdstip van het schip heeft ontvangen, verstrekt hij aan de kapitein een aantal gegevens;
2
de terminalvertegenwoordiger vergewist zich ervan dat de kapitein in een zo vroeg mogelijk stadium in kennis wordt gesteld van de gegevens die op het ladingverklaringsformulier zijn vermeld;
3
de terminalvertegenwoordiger stelt de kapitein, de agent, de bevrachter en de havenstaatcontrole-instantie onverwijld in kennis van de door hem aan boord van een bulkschip vastgestelde tekortkomingen waardoor de veiligheid van het laden of lossen van vaste bulklading in gevaar kan komen;
4
voordat met laden en lossen wordt begonnen en tijdens het laden en lossen, kwijt de terminalvertegenwoordiger zich van zijn taken.
De Vlaamse Regering bepaalt welke gegevens op basis van het eerste lid, 1, door de terminalvertegenwoordiger aan de kapitein moeten worden verstrekt.
De Vlaamse Regering legt de in het eerste lid, 4, vermelde taken van de terminalvertegenwoordiger voor en tijdens de laad- en losverrichtingen vast.