Art. 80.
De volgende categorieėn van vaartuigen zijn van de betaling van scheepvaartrechten of andere retributies als vermeld in artikel 79 vrijgesteld:
vaartuigen die bestemd zijn voor openbaar personenvervoer te water, zoals veren waarmee door of in opdracht van een overheid veerdiensten worden aangeboden;
schepen die zich voor de vervulling van openbare diensten door of in opdracht van een overheid verplaatsen;
niet-gemotoriseerde schepen die over de hele lengte gemeten maximum 6 meter lang zijn, zonder winstgevend doel varen en geen personen tegen vergoeding vervoeren;
ijsbrekers, wanneer zij worden ingezet om ijsvorming te bestrijden;
schepen die bij vloed of wanneer het nodig is het water geheel of gedeeltelijk af te laten worden verhaald naar plaatsen waar ze de vrije loop van het water niet kunnen hinderen, en die later, wanneer de oorzaak van verplaatsing opgehouden heeft, naar hun eerste ligplaats terugkeren;
schepen gebruikt voor de uitvoering van werkzaamheden van onderhoud of verbetering der waterwegen door of in opdracht van de waterwegbeheerder, of voor vervoer verband houdende met deze werkzaamheden, voor zover die schepen zich met het oog op de uitvoering van de opdracht verplaatsen.
Met uitzondering van de categorieėn van vaartuigen, vermeld in punt 1° en 3° van het eerste lid, moet een schip dat in een van de hierboven vermelde uitzonderingsgevallen verkeert, zich bij het binnenvaren in het bevoegdheidsgebied van een waterwegbeheerder of bij de afvaart binnen het bevoegdheidsgebied melden bij de waterwegbeheerder, die het kosteloos een vaarvergunning verleent.