Titel 4.
Voorrechten


Art. 84.
De bepalingen van deze titel zijn van toepassing wanneer de betrokken schuldvorderingen zijn ontstaan in het Vlaamse Gewest.

Art. 85.

§ 1

Onverminderd artikel 88 zijn de volgende vorderingen bevoorrecht op het schip en het scheepstoebehoren:
de tijdens de laatste reis ontstane vorderingen tot betaling van:
a)
havengelden;
b)
loodsgelden, verschuldigd zowel wegens prestaties van overheidsloodsdiensten als van concessionarissen van de loodsdiensten;
c)
retributies voor het gebruik van het verkeersbegeleidingssysteem;
d)
scheepvaartrechten en andere retributies als vermeld in artikel 79;
de vorderingen tot vergoeding van schade aan de waterwegen en de havens.

§ 2

Het voorrecht, vermeld in paragraaf 1, 1°, neemt dezelfde rang in als de scheepsvoorrechten met de hoogste rang zoals bepaald in de toepasselijke federale wetgeving of in de toepasselijke wetgeving van de staat waar het schip is geregistreerd of teboekgesteld met dien verstande dat het onderling rang inneemt na de vorderingen van de gezagvoerder en de bemanningsleden die voortspruiten uit een arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst en die verband houden met arbeid aan boord van het betrokken zee- of binnenschip, inbegrepen deze ter vergoeding van overlijden of letselschade, voor de terugbetaling van kosten en voor repatriëringskosten.
Het voorrecht, vermeld in paragraaf 1, 2°, neemt dezelfde rang in als de scheepsvoorrechten ter zake van vorderingen tot vergoeding van schade veroorzaakt door aanvaring of andere scheepvaartongevallen, zoals bepaald in de toepasselijke federale wetgeving of in de toepasselijke wetgeving van de staat waar het schip is geregistreerd of teboekgesteld.
De schuldvorderingen genoemd onder eenzelfde nummer staan in rang gelijk en worden naar evenredigheid betaald indien de opbrengst ontoereikend is.

§ 3

De in paragraaf 1 bedoelde vorderingen zijn alleen bevoorrecht in hoofdsom.

Art. 86.
In afwijking van artikel 85 is geen voorrecht verbonden aan de vorderingen tot vergoeding van schade aan de waterwegen en de havens die betrekking hebben op:
schade in verband met het vervoer van olie, bunkerolie of andere gevaarlijke of schadelijke stoffen waarvoor aan de schuldeiser een vergoeding is verschuldigd op grond van een internationaal verdrag of een nationale regeling waar door een objectieve aansprakelijkheid wordt ingevoerd alsmede een verplichte verzekering of een andere zekerheid;
schade als gevolg van de radioactieve eigenschappen of een combinatie van radioactieve eigenschappen met toxische, explosieve of andere gevaarlijke eigenschappen van hetzij nucleaire brandstof, hetzij radioactieve producten of afval.

Art. 87.
Wat betreft de aspecten die niet door dit decreet worden geregeld, worden de voorrechten, vermeld in artikel 85, beheerst door de toepasselijke federale wetgeving betreffende de scheepsvoorrechten of de toepasselijke wetgeving van de staat waar het schip is geregistreerd of teboekgesteld, naargelang het geval.

Art. 88.

§ 1

De waterwegbeheerders of de havenbedrijven die gebruikmaken van een of meer van de bevoegdheden hen toegekend door artikel 140, kunnen het schip, de wrakstukken, gezonken tuigen of voorwerpen evenals de lading vasthouden en in beslag nemen.
De waterwegbeheerders of de havenbedrijven die vermoeden schade te hebben geleden door de schuld van een schip, kunnen elk schip waarvan de aansprakelijkheid in het gedrang komt vasthouden en in beslag nemen.
De personeelsleden van de waterwegbeheerder of het havenbedrijf belast met het vasthouden of in beslag nemen, worden op voordracht van de waterwegbeheerder of het havenbedrijf aangewezen door de Vlaamse Regering.
Het in beslag genomen schip of goed wordt vrijgegeven indien:
voor de vorderingen vermeld in artikel 18, de som is voorgeschoten of de garantie gesteld zoals bepaald in artikel 141;
voor de vorderingen van de waterwegbeheerder of het havenbedrijf waarvoor rechtens de beperking van de aansprakelijkheid zou kunnen worden ingeroepen, het beperkingsfonds is gevormd waarop die vorderingen kunnen worden verhaald;
voor de overige vorderingen, een garantie is gesteld die beantwoordt aan de voorschriften van artikel 141.
De waterwegbeheerders of de havenbedrijven die een schip of een ander goed hebben laten verwijderen, of die schuldeiser zijn voor schade veroorzaakt door de schuld van een schip, hebben in geval van niet-betaling het recht het schip of de andere goederen, daaronder begrepen de lading, te verkopen en zich bij voorrang op elke andere schuldeiser, te betalen uit de prijs.
De rest van de opbrengst van de verkoop wordt in de Deposito- en Consignatiekas gestort ten name van de eigenaars, indien deze gekend zijn, of van degene die zijn rechten zal doen blijken.

§ 2

Als de schepen, lading, wrakstukken, tuigen of voorwerpen die het voorwerp uitmaken van een maatregel als vermeld in artikel 140 door hun respectieve eigenaar niet worden teruggenomen, kan de waterwegbeheerder of het havenbedrijf ze verkopen.
Daartoe laat de waterwegbeheerder of het havenbedrijf, met behoud van de toepassing van paragraaf 4 van dit artikel, vóór de verkoop in twee ter plaatse verschijnende nieuwsbladen en met vijftien dagen tussentijd, twee mededelingen van de verrichte berging of verwijdering verschijnen, met opgave van de merken en kentekens van de voorwerpen en met het verzoek tot elke rechthebbende, zijn rechten te doen blijken en de kosten van de berging of verwijdering te betalen binnen de dertig dagen te rekenen van de datum van verschijning van de laatste mededeling.
Na het verstrijken van die termijn verkoopt de waterwegbeheerder of het havenbedrijf het schip, de lading, de wrakstukken, de tuigen of de voorwerpen.
De opbrengst van de verkoop wordt in de Deposito- en Consignatiekas gestort ten name van degene die van zijn rechten zal doen blijken, onder aftrek van de door de waterwegbeheerder of het havenbedrijf gemaakte kosten.

§ 3

De bedragen die bij toepassing van de vorige paragrafen in de Deposito- en Consignatiekas werden gestort, vervallen aan de betrokken waterwegbeheerder of het betrokken havenbedrijf na verloop van één jaar te rekenen van de datum van de storting, als binnen die periode niemand van zijn rechten heeft doen blijken.

§ 4

Is de geborgen of verwijderde lading aan bederf onderhevig of reeds beschadigd, of is van wat werd geborgen of verwijderd een grotere netto-opbrengst bij onderhandse verkoop te verwachten, een en ander ter beoordeling van de betrokken waterwegbeheerder of het betrokken havenbedrijf, kan de verkoop geheel of gedeeltelijk onderhands geschieden, zonder dat de in paragraaf 2 vermelde publiciteits- en termijnvoorwaarden moeten worden nageleefd.