Art. 110.
Het kaderdecreet van 22 maart 2019 betreffende de bestuurlijke handhaving is, met uitzondering van artikel 62 van voormeld kaderdecreet, van toepassing op de handhaving van dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten.
Aanvullend op artikel 26, § 3, van voormeld kaderdecreet van 22 maart 2019 betreffende de bestuurlijke handhaving, zijn de personeelsleden van de scheepvaartpolitie vermeld in artikel 2 van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt eveneens bevoegd voor de bestuurlijke opsporing van de inbreuken, vermeld in artikel 133, 1° tot en met 6°.
De Vlaamse Regering kan nadere voorwaarden bepalen waaronder de scheepvaartpolitie wordt ingeschakeld.
Hoofdstuk 5 van voormeld kaderdecreet is van toepassing, met dien verstande dat het bedrag van de onmiddellijke inning, vermeld in artikel 32 van dit kaderdecreet, gelijk is aan 200 euro voor natuurlijke personen en 1250 euro voor rechtspersonen.
Bestuurlijke geldelijke sancties worden geďnd en ingevorderd ten voordele van het Vlaams Infrastructuurfonds. In de mate dat zij werden opgelegd door De Vlaamse Waterweg nv als beboetingsinstantie, worden zij evenwel geďnd en ingevorderd ten voordele van De Vlaamse Waterweg nv. In de mate dat zij werden opgelegd door de beboetingsinstantie, vermeld in artikel 135, tweede lid, worden zij geďnd en ingevorderd ten voordele van de stad Antwerpen.
In afwijking van artikel 70 van voormeld kaderdecreet, is de Vlaamse Belastingdienst niet betrokken bij de uitvoering van bestuurlijke sancties, opgelegd door de beboetingsinstantie, vermeld in artikel 135, tweede lid.