Hoofdstuk 2.
Toezicht en controle


Art. 112.
Personeelsleden van bevoegde autoriteiten, waterwegbeheerders, havenbedrijven of het loodswezen kunnen door deze autoriteiten, waterwegbeheerders, havenbedrijven of het loodswezen worden aangewezen als toezichthouder, agent van gerechtelijke politie of bestuurlijk opsporingsagent wanneer zij voldoen aan de Vlaamse Regering bepaalde opleidings- en ervaringsvereisten en andere voorwaarden.
Voor de zone van de Scheldekaaien in de stad Antwerpen (Scheldekaaien zone stad) kunnen personeelsleden van de stad Antwerpen door het college van burgemeester en schepenen onder dezelfde voorwaarden worden aangewezen als toezichthouder of bestuurlijk opsporingsagent bevoegd voor de volgende bepalingen en voorschriften:
de bepalingen over de politie van de Beneden-Zeeschelde, vastgesteld overeenkomstig artikel 148 van dit decreet;
artikel 30, § 2 tot en met § 4, artikel 31, § 3 en § 4, artikel 41, § 7, en artikel 43, van het koninklijk besluit van 23 september 1992 houdende scheepvaartreglement voor de Beneden-Zeeschelde.
De Vlaamse Regering stelt nader de grenzen vast van de zone, vermeld in het tweede lid.
De in het eerste lid bedoelde personeelsleden kunnen op voordracht van de bevoegde autoriteiten, waterwegbeheerders, havenbedrijven of het loodswezen door de Vlaamse Regering worden aangesteld als officier van gerechtelijke politie, officier van gerechtelijke politie, hulpofficier van de procureur des Konings, of bestuurlijk opsporingsagent in de zin van artikel 30, § 1, van het kaderdecreet van 22 maart 2019 betreffende de bestuurlijke handhaving.

Art. 113.
Met behoud van artikel 20, § 2 en § 3, van het kaderdecreet van 22 maart 2019 betreffende de bestuurlijke handhaving, kunnen de in artikel 112 vermelde personeelsleden, een afschrift van het proces-verbaal of het verslag van vaststelling, wanneer het is opgesteld ten laste van buitenlandse personen, ook bezorgen aan de vertegenwoordigers van deze personen in België of, bij ontstentenis, aan de diplomatieke vertegenwoordiging van de staat waarvan zij onderdaan zijn.

Art. 114.
Met behoud van de bepalingen van het kaderdecreet van 22 maart 2019 betreffende de bestuurlijke handhaving, kan de Vlaamse Regering specifieke detectiemiddelen toelaten voor de vaststelling van misdrijven en inbreuken, omschreven door dit decreet, onder de voorwaarden die ze daaraan verbindt.
De automatisch werkende toestellen, gebruikt om toezicht te houden op de naleving van dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten, moeten, voor zover zij metingen uitvoeren, goedgekeurd of gehomologeerd worden volgens de modaliteiten bepaald door de Vlaamse Regering.
Indien een maximum toegelaten snelheid aan het scheepvaartverkeer wordt opgelegd, kan de naleving hiervan door de in artikel 112 vermelde personeelsleden worden gecontroleerd door het vaststellen van de snelheid op basis van het tijdsverloop tussen de doortocht aan twee fysieke punten, zoals sluizen of bruggen, twee geografisch gedefinieerde punten op de waterlijn, of op elke andere manier door de Vlaamse Regering bepaald.

Art. 115.
De in artikel 112 vermelde personeelsleden kunnen aanwijzingen en bevelen geven aan de vermoedelijke pleger van een misdrijf of inbreuk.

Art. 116.
Teneinde de toepassing van afdeling 5 van hoofdstuk 1 van titel 3 van dit decreet en van zijn uitvoeringsbesluiten te verzekeren, hebben toezichthouders van de bevoegde autoriteit het recht te eisen dat hun alle scheepspapieren worden voorgelegd en kunnen zij te allen tijde de nodig geachte richtlijnen geven, onder meer het op het droge zetten of het ledig vertonen van het schip en het uitvoeren van bepaalde werken.

Art. 117.
De bevoegde autoriteit verifieert regelmatig of de terminals aan de voorschriften van artikel 73, § 1, 1°, artikel 75, § 1, en artikel 76 voldoen. Daarbij voert ze tijdens laad- en losverrichtingen onaangekondigde inspecties uit.
Daarnaast verifieert de bevoegde autoriteit aan het einde van de in artikel 74 vermelde termijn of de nieuwe terminals aan de in artikel 73, § 1, 4°, vermelde vereisten voldoen.