Art. 114.
Met behoud van de bepalingen van het kaderdecreet van 22 maart 2019 betreffende de bestuurlijke handhaving, kan de Vlaamse Regering specifieke detectiemiddelen toelaten voor de vaststelling van misdrijven en inbreuken, omschreven door dit decreet, onder de voorwaarden die ze daaraan verbindt.
De automatisch werkende toestellen, gebruikt om toezicht te houden op de naleving van dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten, moeten, voor zover zij metingen uitvoeren, goedgekeurd of gehomologeerd worden volgens de modaliteiten bepaald door de Vlaamse Regering.
Indien een maximum toegelaten snelheid aan het scheepvaartverkeer wordt opgelegd, kan de naleving hiervan door de in artikel 112 vermelde personeelsleden worden gecontroleerd door het vaststellen van de snelheid op basis van het tijdsverloop tussen de doortocht aan twee fysieke punten, zoals sluizen of bruggen, twee geografisch gedefinieerde punten op de waterlijn, of op elke andere manier door de Vlaamse Regering bepaald.