Afdeling 2.
Bestuurlijke sancties


Art. 133.
De volgende personen worden gesanctioneerd met een exclusieve bestuurlijke geldboete:
degene die zich schuldig maakt aan een overtreding van de overeenkomstig artikel 148 vastgestelde verbodsof gebodsbepalingen;
de organisator van een activiteit of evenement als vermeld in artikel 29 die niet beschikt over een toelating van de beheerder van het jaagpad;
degene die zich schuldig maakt aan een overtreding van artikel 34;
degene die zich schuldig maakt aan een overtreding van artikel 46;
de eigenaar of de exploitant van een schip dat de binnenwateren bevaart zonder aan de krachtens artikel 47 opgelegde verplichting te hebben voldaan;
de eigenaar of de exploitant van een schip dat, in overtreding van het door de Vlaamse Regering overeenkomstig artikel 53 vastgestelde besluit, niet over een verplicht boorddocument beschikt;
degene die gebruik maakt van de waterweg zonder te voldoen aan artikel 79 tot en met 82 of de krachtens deze artikelen uitgevaardigde besluiten.
De bestuurlijke geldboete bedraagt, per inbreuk, maximum 1000 euro voor natuurlijke personen en 5000 euro voor rechtspersonen.

Art. 134.
Voor de misdrijven, vermeld in artikel 118 tot en met 128, kan een alternatieve bestuurlijke geldboete worden opgelegd.

Art. 135.
Binnen haar taakomschrijving als bepaald bij artikel 5 en 5bis van het decreet van 2 april 2004 betreffende het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde agentschap De Vlaamse Waterweg nv, naamloze vennootschap van publiek recht, is De Vlaamse Waterweg nv de vervolgingsinstantie en de beboetingsinstantie in de zin van het kaderdecreet van 22 maart 2019 betreffende de bestuurlijke handhaving.
Voor de zone van de Scheldekaaien in de stad Antwerpen (Scheldekaaien zone stad), vastgesteld overeenkomstig artikel 112, derde lid, kunnen personeelsleden van de stad Antwerpen door het college van burgemeester en schepenen worden aangewezen als vervolgingsinstantie of als beboetingsinstantie in de zin van het kaderdecreet van 22 maart 2019 betreffende de bestuurlijke handhaving, bevoegd voor de in artikel 112, tweede lid, vermelde bepalingen en voorschriften.

Art. 136.

§ 1

Met uitzondering van de personeelsleden, vermeld in artikel 135, tweede lid, wijst de Vlaamse Regering de personeelsleden van de vervolgingsinstantie aan die bevoegd zijn voor het nemen van beslissingen over de bestuurlijke vervolging en de personeelsleden van de beboetingsinstantie die bevoegd zijn voor het opleggen van de bestuurlijke sancties. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden waaraan de personeelsleden moeten voldoen.

§ 2

De vervolgingsinstantie en de beboetingsinstantie, evenals de personeelsleden die binnen die instanties aangesteld zijn om te beslissen over de bestuurlijke vervolging en om de bestuurlijke sancties op te leggen, dienen die bevoegdheid uit te oefenen onder voorwaarden die hun onafhankelijkheid en onpartijdigheid waarborgen.
Deze personeelsleden mogen geen beslissing nemen in een dossier waarin ze reeds zijn opgetreden in een andere hoedanigheid, noch rechtstreeks of onrechtstreeks belang hebben.

Art. 137.
Een bestuurlijke geldboete kan niet worden opgelegd als:
voor het betrokken feit reeds eerder een bestuurlijke geldboete werd opgelegd;
door de strafrechter voor het betrokken feit al eerder een straf werd opgelegd;
het betrokken feit eerder al heeft geleid tot een vrijspraak, een eenvoudige schuldverklaring zonder straf, een opschorting van de uitspraak van de veroordeling of een minnelijke schikking.