Hoofdstuk 4.
Maatregelen van ambtswege


Afdeling 1.
Ophouden van schepen


Art. 138.
Met behoud van de toepassing van de sancties bepaald in hoofdstuká3 van titelá6, hebben de bevoegde autoriteiten het recht om van elk schip dat de bepalingen van dit decreet en de krachtens dit decreet vastgestelde reglementen heeft overtreden de boorddocumenten tijdelijk in te houden totdat de gezagvoerder alle voorschriften nagekomen is, of om het schip stil te doen houden en van ambtswege naar een door hen aan te wijzen plaats te verhalen, waar het zal opgehouden worden totdat de gezagvoerder alle voorschriften nagekomen is. De overeenkomstig artikelá112, tweede lid, aangewezen personeelsleden van de stad Antwerpen hebben hetzelfde recht.
Nochtans, wanneer de gezagvoerder van een geladen schip geen meetbrief kan tonen, of een vervallen meetbrief voorlegt, kan hem door de bevoegde autoriteit de toelating worden gegeven om zijn reis voort te zetten, mits hij zijn schip dadelijk na het lossen zal doen hermeten.

Art. 139.
Naast de sancties voorzien in hoofdstuká3 van titelá6, kan elk schip dat aan overdreven snelheid vaart, worden opgehouden bij de eerste beweegbare brug of voor de eerste sluis die het moet doorvaren, gedurende het dubbele van de tijd ingewonnen door de overdreven snelheid.
Elk schip waarvan de gezagvoerder de vaart van een ander schip gehinderd of vertraagd heeft, wordt bij de eerste sluis of brug opgehouden, tot na de doorvaart van dit laatste schip.

Afdeling 2.
Ruiming van gestrande, gezonken en onbeheerde schepen en andere obstakels


Art. 140.
Als niet wordt voldaan aan artikelá17 of in gevallen waarover de waterwegbeheerder of het havenbedrijf oordeelt of als de eigenaar, de huurder, de bevrachter, aan wie het schip voor eigen gebruik ter beschikking gesteld wordt, alsmede de exploitant van het schip onbekend zijn, kan de waterwegbeheerder of het havenbedrijf ambtshalve en op risico van de eigenaar, huurder, bevrachter, aan wie het schip voor eigen gebruik ter beschikking gesteld wordt, en exploitant en van de persoon die aansprakelijk wordt gehouden voor de omstandigheden waardoor het schip gestrand, gezonken of onbeheerd is:
1░
een gestrand, gezonken of onbeheerd schip, daarbij inbegrepen alles wat zich aan boord bevindt of heeft bevonden, vlot brengen, verwijderen, vernietigen of onschadelijk maken;
2░
de lading van het schip verwijderen, vernietigen of onschadelijk maken;
3░
het reeds geborgen of verwijderde schip of lading uit de waterweg of de haven wegruimen;
4░
alle andere nodige maatregelen treffen voor de veiligheid, de vrijheid van de scheepvaart en de vrijwaring van de functionaliteit van de waterweg of de haven of met het oog op de instandhouding van de waterweg of de haven.
De uitoefening van de door dit artikel toegekende bevoegdheden door de waterwegbeheerder of het havenbedrijf kan niet worden verhinderd door enige beslag- of dwangmaatregel.
Het besluit van de waterwegbeheerder of het havenbedrijf om, ten aanzien van een schip gebruik te maken van de bevoegdheden, vermeld in het eerste lid, wordt bekendgemaakt in een nautische publicatie.
In spoedeisende gevallen, waarover de waterwegbeheerder of het havenbedrijf oordeelt, kan deze bekendmaking achterwege worden gelaten.
Zodra het besluit van de waterwegbeheerder of het havenbedrijf werd bekendgemaakt, is het verboden het op te ruimen of te verwijderen schip, de voorwerpen of goederen te verwijderen zonder vergunning van de waterwegbeheerder of het havenbedrijf. Deze vergunning wordt niet geweigerd voor de scheepspapieren en de persoonlijke bezittingen van de gezagvoerder, de bemanningsleden en de passagiers.
Hulp en berging omvatten mede de verrichtingen en maatregelen, vermeld in het eerste lid.

Art. 141.
Vˇˇr elke uitvoering van de in artikelá140 vermelde maatregelen of verrichtingen kan de waterwegbeheerder of het havenbedrijf eisen dat de eigenaar, de huurder, de bevrachter, aan wie het schip voor eigen gebruik ter beschikking gesteld wordt, of de exploitant van het schip of enige persoon van wie de aansprakelijkheid in het geding kan komen of, rechtstreeks, dat de verzekeraar van hun respectieve aansprakelijkheid, hem de som voorschiet die de waterwegbeheerder of het havenbedrijf voldoende acht om de kosten van die maatregelen of verrichtingen te dekken.
Voor de eigenaar, huurder, bevrachter, aan wie het schip voor eigen gebruik ter beschikking gesteld wordt, en exploitant van het gestrand, gezonken of onbeheerd schip en voor die van het schip waarvan de aansprakelijkheid in het geding kan komen, alsmede voor hun respectieve verzekeraar mag deze som niet meer bedragen dan die waartoe de betrokken eigenaar, huurder, bevrachter, aan wie het schip voor eigen gebruik ter beschikking gesteld wordt, en exploitant zijn aansprakelijkheid kan beperken op grond van artikelá18 of het Verdrag van Straatsburg van 2012 inzake de beperking van aansprakelijkheid in de binnenvaart (CLNI 2012), ondertekend te Straatsburg op 27áseptember 2012.
Het voorschieten kan, zonder lasten voor de waterwegbeheerder of het havenbedrijf, worden vervangen door het stellen van een garantie die de waterwegbeheerder of het havenbedrijf aanvaardbaar en toereikend acht.
De garantie is aanvaardbaar als haar bedrag werkelijk beschikbaar is en vrij overdraagbaar is zodra zij is gesteld.
De garantie is toereikend als haar bedrag overeenstemt met de som, vermeld in het eerste of het tweede lid.
De som voorgeschoten of de garantie gegeven door een van de personen waarvan de aansprakelijkheid in het gedrang kan komen dan wel door zijn verzekeraar, wordt geacht te zijn voorgeschoten of gegeven door al die personen.
De voorgeschoten som en eventueel de garantie, mogen door de waterwegbeheerder of het havenbedrijf worden aangewend voor de financiering van de uitvoering van de maatregelen en verrichtingen, vermeld in artikelá140.
De voorgeschoten som en de garantie zijn uitsluitend bestemd voor de voldoening van de vorderingen van de waterwegbeheerder of het havenbedrijf betreffende de kosten, vermeld in artikelá18. Zij zijn niet vatbaar voor beslag op verzoek van andere schuldeisers.
Het vonnis dat na het voorschieten van de som of het verlenen van de garantie het faillissement uitspreekt, uitspraak doet over de homologatieaanvraag van het reorganisatieplan of dat de overdracht onder gerechtelijk gezag beveelt, van degene die de som heeft voorgeschoten of de garantie heeft gesteld, heeft geen gevolg voor die som of die garantie.

Afdeling 3.
Veiligheid van schepen en bemanningsvoorschriften in de binnenvaart


Art. 142.
De bevoegde autoriteit heeft het recht elk schip dat niet aan de voorwaarden van afdelingá5 van hoofdstuká1 van titelá3 van dit decreet en van zijn uitvoeringsbesluiten voldoet op te houden of de toegang tot een sluis of een haven te weigeren.
Indien deze decretale en reglementaire voorwaarden wel vervuld zijn, doch ernstige vermoedens niettemin doen aannemen dat het schip niet kan varen zonder de veiligheid van de bemanning, de passagiers en de lading of het milieu in gevaar te brengen, mag de bevoegde autoriteit het schip eveneens ophouden.
Behoudens in spoedeisende gevallen oefent de bevoegde autoriteit het in het eerste en tweede lid bedoelde recht ten aanzien van vreemde schepen uit nadat de consul van het land waarvan het schip de vlag voert, is ingelicht over de te nemen maatregelen en de redenen welke daartoe aanleiding hebben gegeven.
In spoedeisende gevallen geschiedt deze mededeling onmiddellijk nadat de maatregelen zijn genomen.
Het schip wordt vrijgelaten zodra de gestelde voorwaarden ten genoegen van de bevoegde autoriteit zijn vervuld.

Art. 143.
Indien een schip wordt opgehouden, maakt de bevoegde autoriteit een gemotiveerd proces-verbaal op, waarvan een afschrift binnen vierentwintig uur na de beslissing aan de gezagvoerder wordt toegezonden bij aangetekende zending met ontvangstbewijs, afgegeven tegen ontvangstbewijs of toegezonden op een door de gezagvoerder uitdrukkelijk geaccepteerde elektronische wijze. In het laatste geval zal het afschrift worden geacht te zijn ontvangen op het ogenblik van het verzenden.

Art. 144.
Binnen veertien dagen na de ontvangst van het afschrift van het gemotiveerd proces-verbaal overeenkomstig artikelá143, kan beroep worden ingesteld tegen de beslissingen, vermeld in artikelá142.
Het beroep wordt ingesteld door de gezagvoerder, eigenaar of exploitant van het schip door middel van een verzoekschrift gericht aan de Vlaamse Regering of haar gemachtigde.
Het beroep heeft geen opschortende kracht.

Afdeling 4.
Vervoer van gevaarlijke goederen


Art. 145.
Na de vaststelling van een inbreuk als vermeld in artikelá124 kunnen de personeelsleden die belast zijn met het toezicht, vermeld in artikelá112, passende maatregelen nemen, en inzonderheid:
1░
een schip of ander tuig de toegang tot of het verblijf in de haven verbieden;
2░
een schip ophouden en naar een nabijgelegen plaats brengen of laten brengen;
3░
een schip verbieden af te varen;
4░
een schip, ander tuig of gevaarlijke goederen ambtshalve verwijderen;
5░
laad- en losverrichtingen laten stilleggen.

Afdeling 5.
Laden en lossen van bulkschepen


Art. 146.
Met behoud van de toepassing van de andere wettelijke of decretale bepalingen op grond waarvan de bevoegde autoriteit sancties kan opleggen aan de terminal, kan de bevoegde autoriteit op basis van de door haar uitgevoerde inspecties de volgende maatregelen nemen:
1░
als de terminal niet voldoet aan de eisen waaraan een terminal moet voldoen voor het laden en lossen van vaste bulklading, vermeld in artikelá73 of 74, geeft de bevoegde autoriteit de terminal de mogelijkheid om binnen een door de bevoegde autoriteit vastgestelde termijn aan de eisen voor terminals te voldoen. Als de terminal binnen de gestelde termijn niet aan de eisen voor terminals voldoet, laat de bevoegde autoriteit de laad- of losverrichtingen van de terminal stilleggen. Vanaf het ogenblik dat de terminal voldoet aan de door de bevoegde autoriteit opgelegde eisen op grond van artikelá73 en 74, geeft ze de toelating om de laad- of losverrichtingen van de terminal opnieuw op te starten;
2░
als de terminalvertegenwoordiger niet voldoet aan zijn plichten op grond van artikelá75 of als hij de procedures zoals bepaald op grond van artikelá76 niet volgt of indien zich een meningsverschil voordoet in de zin van artikelá77 en de bevoegde autoriteit vaststelt dat de veiligheid van het bulkschip en de bemanning hierdoor tijdens de laad- of losverrichtingen in gevaar wordt gebracht, geeft de bevoegde autoriteit de terminalvertegenwoordiger de mogelijkheid om binnen een door haar vastgestelde termijn aan zijn plichten of aan de te volgen procedures te voldoen. Als de terminalvertegenwoordiger binnen de gestelde termijn niet aan zijn plichten of de te volgen procedures voldoet, laat de bevoegde autoriteit de laad- of losverrichtingen stilleggen. Vanaf het ogenblik dat de terminalvertegenwoordiger voldoet aan de opgelegde eisen op grond van artikelá75 of de in artikelá76 opgelegde procedures volgt en het gevaar voor de veiligheid van het bulkschip en de bemanning is geweken, geeft de bevoegde autoriteit de toelating om de laad- of losverrichtingen opnieuw op te starten.