Afdeling 1.
Ophouden van schepen


Art. 138.
Met behoud van de toepassing van de sancties bepaald in hoofdstuk 3 van titel 6, hebben de bevoegde autoriteiten het recht om van elk schip dat de bepalingen van dit decreet en de krachtens dit decreet vastgestelde reglementen heeft overtreden de boorddocumenten tijdelijk in te houden totdat de gezagvoerder alle voorschriften nagekomen is, of om het schip stil te doen houden en van ambtswege naar een door hen aan te wijzen plaats te verhalen, waar het zal opgehouden worden totdat de gezagvoerder alle voorschriften nagekomen is. De overeenkomstig artikel 112, tweede lid, aangewezen personeelsleden van de stad Antwerpen hebben hetzelfde recht.
Nochtans, wanneer de gezagvoerder van een geladen schip geen meetbrief kan tonen, of een vervallen meetbrief voorlegt, kan hem door de bevoegde autoriteit de toelating worden gegeven om zijn reis voort te zetten, mits hij zijn schip dadelijk na het lossen zal doen hermeten.

Art. 139.
Naast de sancties voorzien in hoofdstuk 3 van titel 6, kan elk schip dat aan overdreven snelheid vaart, worden opgehouden bij de eerste beweegbare brug of voor de eerste sluis die het moet doorvaren, gedurende het dubbele van de tijd ingewonnen door de overdreven snelheid.
Elk schip waarvan de gezagvoerder de vaart van een ander schip gehinderd of vertraagd heeft, wordt bij de eerste sluis of brug opgehouden, tot na de doorvaart van dit laatste schip.