Afdeling 4.
Vervoer van gevaarlijke goederen


Art. 145.
Na de vaststelling van een inbreuk als vermeld in artikel124 kunnen de personeelsleden die belast zijn met het toezicht, vermeld in artikel112, passende maatregelen nemen, en inzonderheid:
1
een schip of ander tuig de toegang tot of het verblijf in de haven verbieden;
2
een schip ophouden en naar een nabijgelegen plaats brengen of laten brengen;
3
een schip verbieden af te varen;
4
een schip, ander tuig of gevaarlijke goederen ambtshalve verwijderen;
5
laad- en losverrichtingen laten stilleggen.