Art. 4.7.0.2.

Voor bestaande installaties dient bij de toepassing van de eis met betrekking tot het gebruik van de beste beschikbare technieken zoals gesteld in artikel 4.7.0.1. 1, rekening gehouden met:

1 de technische kenmerken van de inrichting;
2 de gebruiksgraad en de residuele levensduur van de inrichting;
3 de aard en het volume van de verontreinigende emissies van de inrichting;
4 de wenselijkheid geen overmatige hoge kosten te veroorzaken voor de betrokken inrichting, met name rekening houdende met de economische situatie van de tot de betrokken categorie behorende ondernemingen.