Art. 5.2.1.3.

1.

De exploitant beschikt bij de aanvang der activiteiten over een werkplan dat naargelang de aard van de inrichting omvat:

1een overzichtelijke en duidelijke handleiding met betrekking tot de exploitatie van de inrichting;
2de organisatie van de aanvoer van de afvalstoffen;
3de organisatie van de verwerking van de aangevoerde afvalstoffen;
4een plan van de opslag- en behandelingsruimte met aanduiding van de soort en de opslagcapaciteit voor de diverse afvalstoffen.
5de organisatie van de afvoer van de afvalstoffen;
6de verwerkingswijze van de aangevoerde afvalstoffen indien de inrichting (tijdelijk) buiten werking is;
7het afwateringsplan omvattende het schema, de organisatie en de uitvoering van de maatregelen inzake de afwatering van de inrichting en/of het terrein;
8de maatregelen voor het opvangen van storingen of ongewenste neveneffecten en het voorkomen van hinder;

2.

Het werkplan dient de goedkeuring van de toezichthoudende overheid te dragen. Het goedgekeurde werkplan wordt opgevolgd door de toezichthouder.