Art. 5.2.2.1.1.

§ 1.

Op een containerpark kunnen de volgende huishoudelijke afvalstoffen, voor zover uitdrukkelijk vermeld in de vergunning, selectief worden ingezameld en opgeslagen:

metaalafval;
bouw- en sloopafval met inbegrip van asbestcementafval of andere asbesthoudende bouwmaterialen waarin asbest in gebonden vorm aanwezig is;
glasafval;
papier- en kartonafval;
textielafval;
kunststofafval;
houtafval;
snoeihout, tuinafval en gazonmaaisel;
rubberbanden;
10° afgewerkte motorolie;
11° gebruikte frituuroliėn en -vetten;
12° andere in de omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit vermelde selectief ingezamelde huishoudelijke afvalstoffen.

 

 

§ 1bis.

In de omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit kan worden bepaald dat bedrijfsafvalstoffen die omwille van aard en samenstelling en hoeveelheid vergelijkbaar zijn met huishoudelijke afvalstoffen mogen worden aanvaard voorzover ze de normale werking van het containerpark niet hinderen. Voor de toepassing van deze bepaling wordt onder "bedrijfsafvalstoffen die omwille van aard en samenstelling vergelijkbaar zijn met huishoudelijke afvalstoffen" verstaan: afvalstoffen die ontstaan ten gevolge van activiteiten die van dezelfde aard zijn als deze van de normale werking van een particuliere huishouding.

 

§ 2.

Indien in de omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit niet bepaald is welke afvalstoffen kunnen ingezameld en opgeslagen worden, is de vergunning beperkt tot de afvalstoffen die in de vergunningsaanvraag zijn vermeld.

 

§ 3.

Op het containerpark wordt een container opgesteld voor de opvang van de niet recupereerbare restfractie die bij het sorteren ontstaat.

 

§ 4.

De afvalstoffen, vermeld in paragraaf 1, worden altijd gescheiden opgeslagen in aangepaste recipiėnten of stockageruimten.