Subafdeling 5.2.2.2.
Inrichtingen voor het opslaan en sorteren van klein gevaarlijk afval van huishoudelijke oorsprong, aansluitend bij containerparken


De aanvaarding van afvalstoffen.

Art. 5.2.2.2.1.

§ 1.

De afvalstoffen die in de inrichting kunnen worden opgeslagen zijn kleine gevaarlijke afvalstoffen van huishoudelijke oorsprong (verder KGA genoemd).

 

§ 1bis.

In de omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit kan worden bepaald dat KGA van bedrijfsmatige oorsprong dat omwille van aard, samenstelling en hoeveelheid vergelijkbaar is met KGA van huishoudelijke oorsprong, mag worden aanvaard voorzover dit KGA de normale werking van de inrichting voor het opslaan en sorteren van klein gevaarlijk afval van huishoudelijke oorsprong, aansluitend bij containerparken niet hindert.

 

§ 2.

Alleen KGA dat met in achtname van de bepalingen van de toepasselijke wetgeving wordt afgegeven, mag worden aanvaard.


Art. 5.2.2.2.2.

§ 1.

De aanvoer, de aanvaarding, en de sortering van het KGA is enkel toegelaten mits toezicht van de exploitant of zijn bevoegde afgevaardigde. De exploitant of voornoemde afgevaardigde beheerst voldoende scheikunde en heeft voldoende kennis van de eigenschappen en gevaren van de chemische stoffen die mogen worden aanvaard en van de bijhorende veiligheidsvoorschriften . De exploitant deelt de naam van de bevoegde afgevaardigde schriftelijk mee aan de toezichthouder.

 

§ 2.

In afwijking van de algemeen geldende voorwaarden voor inrichtingen voor de verwerking van afvalstoffen is geen weegbrug vereist en worden in het register enkel ingeschreven de gegevens inzake de afgevoerde afvalstoffen en de ondervonden moeilijkheden en storingen, waarnemingen, metingen en andere inlichtingen betreffende de uitbating van de inrichting.


De uitbating.

Art. 5.2.2.2.3.

§ 1.

De ingezamelde afvalstoffen worden onmiddellijk en uiterlijk vóór het beėindigen van zijn dagtaak door de exploitant of zijn bevoegde afgevaardigde gesorteerd en opgeslagen op een wijze dat elk risico wordt vermeden.

 

§ 2.

Het KGA wordt onderverdeeld en samengebracht volgens de chemische samenstelling, aard of eigenschappen van de verschillende afvalstoffen. De deelcontainers of recipinten dragen een duidelijk leesbare vermelding van de aard van de afvalstof en de bijbehorende gevarenpictogrammen.

 

§ 3.

De opslag van KGA gebeurt in een vloeistofdichte gecompartimenteerde container (KGA-kluis) of in een gesloten opslaglokaal, overeenkomstig het goedgekeurde werkplan.

 

§ 4.

Als er wordt vastgesteld dat een recipiėnt met KGA lekt, wordt het recipiėnt of de inhoud ervan onmiddellijk overgebracht in een ander gepast recipiėnt en worden de gelekte vloeistoffen opgeruimd. In de inrichting zijn daartoe voldoende reserverecipinten en absorptiemateriaal aanwezig. Lege verontreinigde recipiėnten en verontreinigd absorptiemateriaal wordt afgevoerd met het KGA.