Art. 5.2.2.2.3.

ß 1.

De ingezamelde afvalstoffen worden onmiddellijk en uiterlijk vůůr het beŽindigen van zijn dagtaak door de exploitant of zijn bevoegde afgevaardigde gesorteerd en opgeslagen op een wijze dat elk risico wordt vermeden.

ß 2.

Het KGA wordt onderverdeeld en samengebracht volgens de chemische samenstelling, aard of eigenschappen van de verschillende afvalstoffen. De deelcontainers of recipinten dragen een duidelijk leesbare vermelding van de aard van de afvalstof en de bijbehorende gevarenpictogrammen.

ß 3.

De opslag van KGA gebeurt in een vloeistofdichte gecompartimenteerde container (KGA-kluis) of in een gesloten opslaglokaal, overeenkomstig het goedgekeurde werkplan.

ß 4.

Als er wordt vastgesteld dat een recipiŽnt met KGA lekt, wordt het recipiŽnt of de inhoud ervan onmiddellijk overgebracht in een ander gepast recipiŽnt en worden de gelekte vloeistoffen opgeruimd. In de inrichting zijn daartoe voldoende reserverecipinten en absorptiemateriaal aanwezig. Lege verontreinigde recipiŽnten en verontreinigd absorptiemateriaal wordt afgevoerd met het KGA.