Subafdeling 5.2.2.10.
Inrichtingen voor het opslaan en verwerken van dierlijke bijproducten die worden beschouwd als afvalstoffen


Art. 5.2.2.10.1.

§ 1.

De inrichting omvat een rein en een onrein gedeelte, die gescheiden zijn om besmetting of herbesmetting van de eindproducten te voorkomen.

 

§ 2.

Het onreine gedeelte van het bedrijf omvat de ruimten voor het in ontvangst nemen van de dierlijke bijproducten, alle behandelingsruimten van het productieproces en de zuiveringsinstallaties voor afgassen en afvalwater.

 

§ 3.

Het reine gedeelte van het bedrijf omvat de opslag en behandelingsruimten voor de stoffen die een behandeling overeenkomstig bijlage IV van de verordening (EU) nr. 142/2011 hebben ondergaan.

 

§ 4.

De verwerking van de afvalstoffen gebeurt in een gesloten verwerkingsinstallatie.


De aanvaarding van afvalstoffen.

Art. 5.2.2.10.2.

§ 1.

Tenzij anders vermeld in de omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, worden de aangevoerde afvalstoffen uiterlijk binnen 24 uur na aanvoer verwerkt.

 

§ 2.

[...]

 

§ 3.

[...]


De inrichting en infrastructuur.

Art. 5.2.2.10.3.

§ 1.

Op elke plaats van de inrichting waar ze ontstaan, worden geurbeladen afgassen afgezogen en naar een aangepaste afgasbehandelingsinstallatie gevoerd. De afgassen worden in elk geval afgezogen in de ontvangstruimte, de opslagruimte en boven de breek- of maalinstallatie.

 

§ 2.

[...]

 

§ 3.

Het afvalwater van de inrichting moet gemakkelijk kunnen wegvloeien naar geschikte opvangputten.

 

§ 4.

Het afvalwater wordt behandeld in een aangepaste afvalwaterbehandelingsinstallatie tot het beantwoordt aan de lozingsnormen en zonder geurhinder te veroorzaken.

 

§ 5.

Afvalwater dat afkomstig is uit de onreine zone moet C voor zover dat praktisch uitvoerbaar is C zo worden behandeld dat er geen ziekteverwekkers meer aanwezig zijn.


Art. 5.2.2.10.4.

De procedures, methodes en apparatuur voor monsterneming van de verwerkte producten dragen de goedkeuring van de toezichthoudende overheid. De praktische uitvoering van de monsternemingen wordt vooraf goedgekeurd door een daarvoor erkend laboratorium als vermeld in artikel 6, 5°, e), van het VLAREL, tenzij de monsternemingen door een ter zake erkende [...] laboratorium zelf worden uitgevoerd.


Art. 5.2.2.10.5. [...]

Art. 5.2.2.10.6. [...]

De verwerking.

Art. 5.2.2.10.7. [...]

Art. 5.2.2.10.8. [...]

Art. 5.2.2.10.9. [...]

Art. 5.2.2.10.10. [...]

Hygiëne-eisen voor de eindproducten.

Art. 5.2.2.10.11. [...]

Controle.

Art. 5.2.2.10.12. [...]

Art. 5.2.2.10.13. [...]

Verplichtingen voor de overheid.

Art. 5.2.2.10.14. [...]