Verbods- en afstandsregels.


Art. 5.9.5.3.

§ 1.

Het is verboden inrichtingen omvattende één of meer pluimveestallen met mengmest, ongeacht het aantal stuks gevogelte dat in de inrichting wordt gehouden, te exploiteren die geheel of gedeeltelijk gelegen zijn in een waterwingebied en/of een beschermingszone type I, II of III.

 

§ 2.

Het is verboden inrichtingen omvattende één of meer pluimveestallen met gezamenlijk meer dan 2.000 stuks gevogelte te exploiteren die geheel gelegen zijn in een gebied ander dan woongebieden met landelijk karakter of agrarische gebieden.

 

§ 3.

Het is verboden pluimveestallen met gezamenlijk meer dan 10.000 stuks gevogelte te exploiteren die geheel gelegen zijn in een gebied ander dan agrarische gebieden.

 

§ 4.

Tussen elke stal en/of opslag van dierlijke mest van een inrichting, gelegen in een woongebied met landelijk karakter enerzijds, en elk op het gewestplan aangegeven woonuitbreidingsgebied, natuurgebied met wetenschappelijke waarde of natuurreservaat, bosreservaat, gebied voor verblijfsrecreatie en woongebied ander dan een woongebied met een landelijk karakter anderzijds, dient in functie van het aantal stuks gevogelte dat in de inrichting wordt gehouden en van het overeenkomstig artikel 5.9.5.2. berekend aantal waarderingspunten, tenminste de volgende afstand te bestaan:

 

 

Vereiste minimumafstand in m bij aantal stuks gevogelte

Waarderingspunten toegekend aan de inrichting

< 5000

van 5.001 tot 10.000

< 75

100

150

75 - 150

75

100

151 of meer

50

75

 

Het is verboden in een inrichting, omvattende één of meer pluimveestallen, die geheel gelegen is in een woongebied met landelijk karakter, meer kippen of stuks gevogelte te houden dan het aantal dat in functie van voormelde criteria en de afstandsregels is toegelaten.

 

§ 5.

Tussen elke stal en/of opslag van dierlijke mest of mengmest van een inrichting, gelegen in een agrarisch gebied enerzijds en elk op het gewestplan aangegeven woonuitbreidingsgebied, natuurgebied met wetenschappelijke waarde of natuurreservaat, bosreservaat, gebied voor verblijfsrecreatie en woongebied ander dan woongebieden met een landelijk karakter anderzijds, dient in functie van het aantal stuks gevogelte dat in de inrichting wordt gehouden en van het overeenkomstig artikel 5.9.5.2. berekend aantal waarderingspunten, tenminste de volgende afstand te bestaan:

 

 

Waarderingspunten toegekend aan de inrichting

Vereiste minimumafstand in m bij aantal stuks gevogelte

≤ 5000

van 5.001 tot 10.000

van 10.001 tot 20.000

van 20.001 tot 40.000

van 40.001 tot 60.000

van 60.001 tot 80.000

> 80.000

< 75

100

150

200

300

400

verbod

verbod

75 -150

75

100

150

225

300

verbod

verbod

151 -200

50

75

100

150

200

250

300

> 200

50

75

100

150

200

225

250

Het is verboden in een inrichting, omvattende een of meer pluimveestallen, die geheel gelegen is in een agrarisch gebied, meer kippen of stuks gevogelte te houden dan het aantal dat in functie van voormelde criteria en de afstandsregels is toegelaten.

 

§ 6.

[...]