Art. 5.11.0.5.

§ 1.

Dampen, nevels en afgassen worden op de plaats waar ze ontstaan opgevangen en zo nodig naar een afgasbehandelingsinstallatie geleid.

 

§ 2.

Tenzij anders vermeld in de omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, zijn de volgende emissiegrenswaarden van toepassing op de geloosde afgassen:

parameter

emissiegrenswaarde

1° organische stoffen: voor installaties voor het bedrukken van baan- of plaatvormige materialen met rotatiedrukmachines met inbegrip van de bijbehorende drooginstallaties

[...]

[...]

b)    bij gebruik van oplosmiddelen of harshoudende drukinkten op rotatiedrukpersen (andere dan typo en coldsetoffset-rotatie) met een nominaal verbruik van meer dan 5 kg organische oplosmiddelen per uur, wordt de emissie aan totaal organisch koolstof beperkt tot:

 

-       bij thermische naverbranding :

50,0 mg/Nm³

-       bij katalytische naverbranding :

100,0 mg/Nm³

-       bij solventrecuperatie door condensatie of met een actief-koolfilter :

150,0 mg/Nm³

[...]

[...]

4° de volgende stofvormige anorganische stoffen, bij een massastroom per stof van 25 g/h of meer:

-       lood en zijn verbindingen uitgedrukt in Pb

5,0 mg/Nm³

-       chroom en zijn verbindingen uitgedrukt in Cr

5,0 mg/Nm³

 

§ 2bis.

De emissiegrenswaarden voor organische stoffen, vermeld in § 2, en in de rubrieken 10°, 11° van bijlage 4.4.2, gelden niet voor de activiteiten 1, 2 en 3 van bijlage 5.59.1 als de inrichting voor deze activiteiten voldoet aan de bepalingen van hoofdstuk 5.59.
[...]
De regeling van lid 1° geldt ook voor inrichtingen waarvoor het oplosmiddelverbruik van de betrokken activiteiten kleiner is dan de drempelwaarde van bijlage 5.59.1. In dat geval zijn de hoogste emissiegrenswaarden van toepassing, voor de betrokken activiteit opgenomen in bijlage 5.59.1.

 

 

§ 2ter.

De emissie aan VOS die op jaarbasis vrijkomt bij de drukactiviteit flexografie op papier en karton, mag vanaf 1 januari 2010 maximaal 30 % van de referentie-emissie bedragen. De referentie-emissie wordt berekend volgens de richtlijnen van bijlage 5.59.2. De exploitant bezorgt de gegevens die nodig zijn om de toetsing aan die grenswaarde te maken, aan de toezichthoudende overheid of de afdeling Milieu, bevoegd voor de omgevingsvergunning, als die daarom verzoekt.

 

§ 3.

[...]

 

§ 4.

[...]

 

§ 5.

Onverminderd de bepalingen van hoofdstuk 4.5. zijn rustverstorende werkzaamheden verboden op werkdagen tussen 19 uur en 7 uur alsmede op zon- en feestdagen, tenzij anders vermeld in de omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit.