Afdeling 5.32.8.
Vaste baden, open zwemgelegenheden en zones voor waterrecreatie


Subafdeling 5.32.8.1.
Algemene bepalingen


Art. 5.32.8.1.1.

Deze afdeling is van toepassing op de inrichtingen, vermeld in rubriek 32.8 van de indelingslijst, met uitzondering van de inrichtingen die verbonden zijn aan hotels of appartementsgebouwen die niet voor het publiek worden opengesteld. De voormelde inrichtingen die verbonden zijn aan hotels of appartementsgebouwen die niet voor het publiek worden opengesteld, moeten wel voldoen aan de bepalingen van deze afdeling die betrekking hebben op het waterbehandelingssysteem alsook op de kwaliteitsvereisten van het water en de opslag van chemicaliën.

 

Specifiek voor open zwemgelegenheden en zones voor waterrecreatie zijn, wat deze subafdeling betreft, alleen artikel 5.32.8.1.1 tot en met 5.32.8.1.4, artikel 5.32.8.1.10, §1 en §4, en artikel 5.32.8.1.11, §4 en §5, van toepassing.


Art. 5.32.8.1.2. Brandvoorkoming en -bestrijding

Met behoud van toepassing van afdeling 4.1.12 van dit besluit beschikt de inrichting over een voldoende aantal geschikte, gebruiksklare en gemakkelijk te bereiken blustoestellen. De werking van die blustoestellen wordt ten minste jaarlijks gecontroleerd conform Titel 1 ‘algemene bepalingen betreffende de collectieve beschermingsmiddelen’ van boek IX ‘Collectieve Bescherming en individuele uitrusting’ en conform Titel 3 ‘Brandpreventie op de arbeidsplaatsen’ van boek III ‘Arbeidsplaatsen’ van de Codex over het welzijn op het werk van 28 april 2017 en in het bijzonder artikel 19 van titel I van Boek IX en artikel 22 van titel 3 van boek III. De attesten met de datum en de uitslag van die controle worden ter inzage gehouden voor de toezichthouder.

 

De bouw en inrichting van de gebouwen, alsook de aard, het aantal en de plaats van de blustoestellen worden, onafhankelijk van de omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit of de akte van melding, bepaald in overleg met de bevoegde brandweer.

 

Alle personen kunnen geëvacueerd worden langs toegangs- en uitgangswegen naar een veilige plaats, zonder door cafés, drankzalen of andere lokalen die bij de instelling horen, of door aangrenzende eigendommen te gaan.

 

De gangen, de deuren en de trapgangen van de toegangs- en uitgangswegen, vermeld in het derde lid, zijn minstens twee meter hoog. Ze zijn dus hoog genoeg om een vlot verkeer toe te laten.

 

De breedte van de gangen, deuren en trapgangen, vermeld in het vierde lid, staat in verhouding tot het aantal personen dat maximaal in de lokalen aanwezig kan zijn. De gangen, deuren en trapgangen zijn minstens80 cm breed en zijn minstens gelijk in centimeters aan het aantal personen dat maximaal in de lokalen aanwezig kan zijn. Dat aantal wordt vermenigvuldigd met 1,25 voor de dalende trappen naar de uitgangen, en met 2 voor de stijgende trappen naar de uitgangen.

 

De personen die zich in de lokalen bevinden, kunnen alle uitgangen gebruiken.

 

Elke uitgang of nooduitgang is aangegeven met reglementaire pictogrammen. Die pictogrammen zijn vanuit alle hoeken van de lokalen goed zichtbaar. De pictogrammen worden verlicht met de normale verlichting en met noodverlichting.


Art. 5.32.7.1.3. Elektrische installatie ? verlichting

§ 1.

Bij de natuurlijke en kunstmatige verlichting wordt de weerspiegeling van het licht in het water tot een minimum beperkt. De verlichting is zo uitgevoerd dat de bodem van het bad vanuit elke invalshoek zichtbaar is.

 

§ 2.

De verlichtingsinstallatie is uitgerust met twee stroombronnen die onafhankelijk van elkaar zijn. Die bronnen leveren gelijktijdig stroom, tenzij een ervan automatisch stroom levert als de tweede uitvalt.

 

Een van de voormelde stroombronnen voedt de lampen van een verlichting die "algemene verlichting" wordt genoemd.

 

De andere bron voedt de lampen van een verlichting genoemd "noodverlichting".

 

§ 3.

De verlichtingsinstallatie wordt zo ingericht dat als een van de stroombronnen, vermeld in paragraaf 2, uitvalt, er op geen enkel ogenblik een zo grote duisternis kan zijn dat de toeschouwers, baders en het personeel erdoor gehinderd worden om naar buiten te gaan.

 

 


Art. 5.32.8.1.4. Meldingen aan de afdeling, bevoegd voor het toezicht op de volksgezondheid

De exploitant meldt de volgende informatie aan de afdeling, bevoegd voor het toezicht op de volksgezondheid:

de datum van de eerste ingebruikname;
de sluitingsperiode;
de heringebruikname van het bad of de zweminrichting;
alle bouwtechnische veranderingen, ook als die intern worden doorgevoerd.

 

De exploitant is ook verplicht om elke wijziging van de inrichting drie maanden vooraf ter goedkeuring voor te leggen aan en te bespreken met de afdeling, bevoegd voor het toezicht op de volksgezondheid, met behoud van toepassing van de procedure, vermeld in het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 betreffende de omgevingsvergunning.

 


Art. 5.32.8.1.5.

De exploitant kan het zwembad volledig laten leeglopen in overleg met de beheerder van de ontvangende waterloop of de rioolwaterzuiveringsinstallatie.


Art. 5.32.8.1.6. Opslag van chemicaliën

§ 1.

Dit artikel geldt voor alle vaste baden waarbij chemicaliën worden gebruikt in de waterbehandeling. Voor hot whirlpools en dompelbaden waarvoor de eerste vergunning is verleend vóór 1 oktober 2019, geldt dit artikel vanaf 1 juli 2022.

 

§ 2.

Met behoud van toepassing van hoofdstuk 5.17 worden chemicaliën op de volgende wijze opgeslagen:

de flessen, toestellen en leidingen die chloor in zuivere of in geconcentreerde toestand bevatten, worden in een afzonderlijk lokaal geplaatst, dat op doeltreffende wijze aan de onder- en bovenkant verlucht wordt. De toegang tot dat lokaal is verboden voor onbevoegden;
alle flessen, toestellen en leidingen zijn volgens een code van goede praktijk vervaardigd uit materialen die inert zijn ten opzichte van het betrokken middel;
er wordt in de nodige beschermingsmiddelen voorzien conform de Codex over het welzijn op het werk en in het bijzonder conform boek IX ‘Collectieve bescherming en individuele uitrusting’;
de nodige voorzieningen worden getroffen om de buurt niet te hinderen door uitwasemingen;
producten die met elkaar kunnen reageren, worden geplaatst in volledig van elkaar gescheiden lokalen, die uitsluitend daarvoor bestemd zijn. Hun respectieve leidingen zijn voorzien van vulkoppelingen die niet met elkaar verenigbaar zijn;
de chemicaliën worden bewaard in gesloten vaten of houders, voorzien van de reglementaire etikettering. De voormelde vaten of houders bevinden zich in een waterdichte inkuiping met een capaciteit die minimaal 110 % bedraagt van het grootste vat of houder. De vaten waaruit chemicaliën worden gedoseerd, mogen niet meer product bevatten dan nodig voor een exploitatie van twee dagen;
de exploitant houdt een register bij met gegevens over het beheer van de chemicaliën, namelijk de benaming, de hoeveelheid, de leveringsdatum, de eventuele incidenten, alle onderhoudswerken, de controles, de defecten, de herstellingen en de ongevallen;
de installaties worden ten minste één keer per dag door een bevoegde persoon nagekeken;
chemicaliën worden altijd geleverd onder toezicht van een bevoegde persoon die de conformiteit van de levering controleert. Bij overdekte zwembaden is de levering van de chemicaliën verboden tijdens de openingsuren voor de inrichtingen die, ten gevolge van een toegestane afwijking, de voorschriften, vermeld in artikel 5.32.8.1.7,6°, niet hebben gerealiseerd.
Daarenboven wordt een installatie die gasvormig chloor onder een druk van meer dan 105 Pa bevat, jaarlijks onderworpen aan een geslaagde waterdrukproef onder een druk gelijk aan anderhalf maal de dienstdruk. Een attest van deze beproeving wordt ter beschikking gehouden van de ambtenaar die met het toezicht is belast. De dichtheid van deze apparatuur wordt steeds verzeker

Art. 5.32.8.1.7. Ventilatie en verwarming

Bij overdekte vaste baden worden voor de ventilatie en de verwarming de volgende maatregelen genomen:

in de zwemhal heerst er een relatieve luchtvochtigheid van maximaal gemiddeld 65%, gemeten over de hele ruimte;
de gemiddelde relatieve luchtvochtigheid wordt dagelijks manueel gemeten en in het register genoteerd;
de bezoekers worden niet gehinderd door tocht;
geen enkel afvoersysteem van lucht, damp of rook vormt hinder voor de buren;
in de zwemhal is er op een representatieve plaats een goed werkende thermometer en een hygrometer bevestigd;
de verse lucht wordt rechtstreeks van buiten aangezogen, op een plaats die ver genoeg verwijderd is van de opslagruimte voor chemicaliën en de afgevoerde lucht van het lokaal voor chlooropslag. Er wordt geen verse lucht aangezogen via een technische ruimte, tenzij door hermetisch gesloten leidingen.

 

Voor hot whirlpools en dompelbaden waarvoor de eerste vergunning is verleend vóór 1 oktober 2019, geldt dit artikel vanaf 1 oktober 2022.


Art. 5.32.8.1.8. Trichlooramines

§ 1.

Dit artikel is alleen van toepassing op overdekte vaste baden met uitzondering van de overdekte, natuurlijke zwembaden.

 

§ 2.

De richtwaarde voor het gehalte aan trichlooraminen in de lucht bedraagt 300 μg/m3 en de grenswaarde bedraagt 500 μg/m3.

 

Het gehalte aan trichlooraminen wordt door en op kosten van de exploitant gecontroleerd conform het LUC/VII/002 van het compendium voor de monsterneming, meting en analyse van lucht , op gemotiveerd verzoek van de afdeling, bevoegd voor het toezicht op de volksgezondheid.
Het tijdstip en de plaats van de meting zijn goedgekeurd door de afdeling, bevoegd voor het toezicht op de volksgezondheid.

 


Art. 5.32.8.1.9. Kwaliteitsvereisten voor het badwater

§ 1.

Het water van zwembaden, therapiebaden, hot whirlpools, plonsbaden en dompelbaden voldoet aan de volgende kwaliteitsvereisten in geval van chlorering:

parameter eenheid

overdekt

zwembad

openlucht-

zwembad

therapiebad hot whirlpool plonsbad (b) dompelbad
a)     chemische parameters
pH:

pH-

eenheid

           
- ondergrens   7,0 7,0 7,0 7,0 6,8 6,8
- bovengrens   7,6 7,6 7,6 7,6 8 8
vrij beschikbaar chloor (HCIO + CIO-):
- ondergrens mg/l 0,5 0,5 0,5 1 0,5 1
- bovengrens mg/l 1,5 3,0 1,5 3,0 3,0 2,0
gebonden chloor mg/l < 0,6

≤0,6/ ≤1,0

(a)

< 0,6 ≤0,6

< 0,6 / ≤1,0

(a)

<0,6
bicarbonaat mg/l > 60 richtwaarde
ureum mg/l < 2,0
chloriden mg/l

< 800

Die norm geldt niet het bij gebruik van zout houdend water (> 2000 mg

Cl/l) of bij het gebruik van zoutelektrolyse.

oxideerbaarheid
(KMnO4-verbruik

in verwarmde

oplossing en in

zuur milieu)

mg O2/l < 5
b) bacteriologische parameters

totaal aantal

kiemen bij 37°C

n/ml <100

coagulase

positieve

stafylokokken

n/100ml 0

pseudomonas

aeruginosa

n/100ml 0

Legionella

pneumophila (1

bepaling per jaar

gedurende de 2

eerste maanden

van het jaar)

n/liter  

niet

aantoonbaar

 
c) fysische parameters
temperatuur °C

< 32;

tenzij hiervoor een toelating door de

afdeling, bevoegd voor het toezicht op de

volsgezondheid, is verleend

 

< 38;

tenzij  hiervoor een

toelating door de afdeling,

bevoegd voor het toezicht

op de volksgezondheid,

is verleend

< 32;

tenzij  hiervoor een

toelating door de afdeling,

bevoegd voor het toezicht

op de volksgezondheid,

is verleend

< 20;

tenzij  hiervoor een

toelating door de afdeling,

bevoegd voor het toezicht

op de volksgezondheid,

is verleend

helderheid   doorzichtig tot op de bodem van het bad
zichtbare verontreiniging   afwezig
geur   afwezig
schuim   afwezig

volume circulerend

water per bader

(gemiddelde waarde

over de openingsuren

van één dag)

≥ 2

 

(a)

Bij openluchtzwembaden en plonsbaden waarvoor de eerste omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit is verleend

vóór 1 oktober 2019 of waarvoor de eerste omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit is aangevraagd

vóór 1 oktober 2019, als ze uiterlijk op 1 oktober 2020 in gebruik is genomen, geldt:

  1) tijdelijk tot en met 30 september2022 een emissiegrenswaarde voor gebonden chloor van ≤ 1,0 mg/l;
  2) vanaf 1 oktober 2022 een emissiegrenswaarde voor gebonden chloor van ≤ 0,6 mg/l.
(b) De voorwaarden voor plonsbaden zijn geldig tot en met 30 september 2022. Vanaf 1 oktober 2022 zijn er geen plonsbaden meer toegelaten.

 

§ 2.

Het water van natuurlijke zwembaden voldoet aan de volgende kwaliteitsvereisten:

parameter eenheid Grenswaarde (*)
a) chemische parameters:
pH (meting ter plaatse) Sörensen  
- ondergrens   6
- bovengrens   8,5
fosfor mg/l < 0,01 (*)
nitraat mg/l < 30 (*)
b) bacteriologische parameters:
Echerichia coli KVE/100ml <100
intestinale enterokokken KVE/100ml <50
Pseudomonas aeruginosa KVE/100ml <10
c) fysische parameters:
temperatuur °C < 23 (*)
helderheid  

doorzichtig tot op de

bodem van het bad

zichtbare verontreiniging   afwezig
geur   afwezig
schuim   afwezig
zuurstofverzadiging (meting ter plaatse) % 80-120

(*) Richtwaarde in het geval van fosofor, nitraat en temperatuur.

 

§ 3.

Voor de metingen van de kwaliteitsvereisten voor het badwater gelden de volgende voorwaarden:

door en op kosten van de exploitant wordt de helderheid, de temperatuur, de pH en, in geval van zwembaden, hot whirlpools, dompelbaden, plonsbaden en therapiebaden, eveneens het vrij beschikbaar chloor en de gebonden chloor ten minste drie keer per dag gecontroleerd, namelijk op de volgende tijdstippen:
  a) vóór de opening van de inrichting voor de bezoekers;
  b) twee keer tijdens het gebruik van het bad, evenredig gespreid over de openingsuren;
het badwater wordt op de volgende wijze bemonsterd en geanalyseerd:
  a) op kosten van de exploitant wordt het badwater bij overdekte zwembaden, overdekte natuurlijke zwembaden, hot whirlpools, dompelbaden en therapiebaden ten minste elke maand bemonsterd en geanalyseerd, en bij openluchtzwembaden, openlucht natuurlijke zwembaden en plonsbaden, twee keer per maand, , ;
  b) bij zwembaden, hot whirlpools, dompelbaden, plonsbaden en therapiebaden worden alle parameters, vermeld in paragraaf 1,onderzocht;
  c) bij natuurlijke zwembaden worden alle parameters, vermeld in paragraaf 2, onderzocht;
  d) de monstername van het badwater vindt onaangekondigd plaats tijdens de uren van de exploitatie.
De monstername wordt uitgevoerd in het badwater in het bad zelf en, tenzij hiervoor een toelating door de afdeling, bevoegd voor het toezicht op de volksgezondheid, is verleend, altijd ten minste twee uur na de opening van het zwembad op een plaats waar de kwaliteit het minst gunstig wordt geacht;
  e) de monstername en de analyse van de genomen monsters worden uitgevoerd door een erkend laboratorium in de discipline water, deeldomein drinkwater als vermeld in artikel 6, 5°, a), van het VLAREL;
  f) de analyseresultaten worden door het laboratorium rechtstreeks bezorgd aan de afdeling, bevoegd voor het toezicht op de volksgezondheid;
de exploitant houdt een register bij dat de volgende gegevens omvat:
  a) de resultaten van de badwateranalyses, vermeld in punt 1° en 2°;
  b) als mechanische filters vereist zijn voor de waterbehandeling, de data waarop de filters worden gespoeld of het filtreermateriaal wordt vervangen;
  c) de dagelijkse bezetting van het bad;
  d) het maandelijkse waterverbruik;
  e) elke vaststelling over de technische controle bij de lediging van het zwembad;
  f) elke bijzonderheid, elk incident of ongeval;
  g) bij zwembaden, hot whirlpools, plonsbaden, dompelbaden en therapiebaden: elke vaststelling over de aanvulling van de voorraad scheikundige stoffen;
  Dit register, wordt ten minste vijf jaar door de exploitant bewaard en is altijd ter plaatse consulteerbaar door de toezichthouder;
elke overschrijding van de normen van de volgende parameters, waarvan de oorzaak niet binnen een halfuur gecorrigeerd is, vereist de onmiddellijke sluiting van het zwembad:
  a) de parameter doorzichtigheid, vermeld in paragraaf 2, bij natuurlijke zwembaden;
  b) de parameters pH, doorzichtigheid en vrij beschikbaar chloor, vermeld in paragraaf 1, bij zwembaden, hot whirlpools, plonsbaden, dompelbaden en therapiebaden;
de toezichthouder kan een volledige lediging van het bad eisen als de reinheid van het bad te wensen overlaat of als de kwaliteit van het water niet in overeenstemming is met de kwaliteitsvereisten, vermeld in paragraaf 1 en 2.

Bij de controle, vermeld in het eerste lid, 1°, wordt voldaan aan de volgende bepalingen:

de methode, vermeld in artikel 45 van het VLAREL, wordt toegepast;
de monstername of de meting wordt uitgevoerd volgens een methode, goedgekeurd door een laboratorium in de discipline water als vermeld in artikel 6, 5°, a), van het VLAREL, dat erkend is voor de betreffende monstername of meting. De goedkeuring is maximaaldrie jaar geldig en wordt uitgevoerd conform een code van goede praktijk. De exploitant meldt aan de afdeling Milieu, bevoegd voor de omgevingsvergunning, en aan de afdeling, bevoegd voor het toezicht op de volksgezondheid, het laboratorium dat de goedkeuring van de methode verleend heeft. De exploitant houdt die goedkeuring en de resultaten van de uitgevoerde monsternames of metingen ter inzage voor de toezichthouder.

 


Art. 5.32.8.1.10. Veiligheid

§ 1.

De exploitant neemt de nodige maatregelen om de veiligheid van de bezoekers te verzekeren.

 

§ 2.

Maximum aantal bezoekers in de zwemhal;

Bij overdekte zwembaden of overdekte natuurlijke zwembaden zal, weliswaar in functie van de evacuatiewegen, het maximum aantal aanwezige bezoekers in de zwemhal nooit hoger zijn dan de som van het maximum toegelaten aantal baders, vermeerderd met maximum 1 persoon per 2,4 m2 kadeoppervlakte.

 

Bij een wedstrijd mag afgeweken worden van het maximum aantal aanwezige bezoekers, vermeld in het eerste lid, op voorwaarde dat:

een vlotte evacuatie mogelijk blijft overeenkomstig de algemene bepalingen in verband met brandvoorkoming en –bestrijding, vermeld in artikel 5.32.8.1.2;
de nodige ruimte of locatie op de kade wordt voorzien voor reanimatiemogelijkheden en om een vlotte doorgang te verzekeren;
de nodige maatregelen worden genomen om de hygiëne en de veiligheid van het zwembad te waarborgen.

 

§ 3.

In het bad levert geen enkele aan- en afvoer van water, lucht of andere stoffen gevaar op voor de baders. Bij dompelbaden en hot whirlpools waarvoor de eerste vergunning is verleend vóór 1 oktober 2019, geldt dit artikel vanaf 1 oktober 2022.

 

Bij een natuurlijk zwembad wordt de ecologische filter voldoende afgeschermd voor de bezoekers.

 

§ 4.

Elk ernstig ongeval of overlijden binnen de badinrichting wordt binnen een termijn van 24 uur telefonisch of per mail gemeld aan de afdeling, bevoegd voor het toezicht op de volksgezondheid.


Art. 5.32.8.1.11. Architectonische normen

§ 1.

Het bad en de zwemhal zijn gemakkelijk toegankelijk voor externe hulpdiensten. Bij hot whirlpools en dompelbaden waarvoor de eerste vergunning is verleend vóór 1 oktober 2019, geldt dit artikel vanaf 1 oktober 2022.

 

§ 2.

Aan de zwembadwand en –bodem kunnen bezoekers zich niet verwonden en ze zijn gemakkelijk afwasbaar. Bij dompelbaden en hot whirlpools waarvoor de eerste vergunning is verleend vóór 1 oktober 2019, geldt dit artikel vanaf 1 oktober 2022.

 

§ 3.

Alle interne uitrustingen en recreatieve of therapeutische voorzieningen zijn vervaardigd uit duurzaam, corrosiewerend en gemakkelijk afwasbaar materiaal waaraan de bezoekers zich niet kunnen verwonden. Bij hot whirlpools en dompelbaden waarvoor de eerste vergunning is verleend vóór 1 oktober 2019, geldt deze bepaling vanaf 1 oktober 2022.

 

Alle interne uitrustingen en recreatieve of therapeutische voorzieningen mogen de veiligheid van de baders niet in gevaar brengen.

 

§ 4.

De constructie van de recreatieve of therapeutische voorzieningen strookt met de normen van het Europees Comité voor Normalisatie (CEN).

 

§ 5.

De hoogte en veerkracht van een eventuele springplank is aangepast aan de diepte van het water.

 


Art. 5.32.8.1.12. Waterbehandeling bij gechloreerde baden

Tenzij het anders vermeld is in de omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, is chloor het enige toegelaten ontsmettings- en oxidatiemiddel. Bij dompelbaden waarvoor de eerste vergunning is verleend vóór 1 oktober 2019, geldt deze bepaling vanaf 1 oktober 2022.

 

Als een ander desinfectie- en oxidatiemiddel dan chloor toegelaten wordt, kunnen er in afwijking van artikel 5.32.8.1.9, §1, andere of aanvullende kwaliteitseisen opgelegd worden die in relatie staan tot het toegelaten alternatieve waterbehandelingssysteem.

 

Het gebruik van chloorstabilisatoren is niet toegelaten.

 

Het gebruik van chloorgas is verboden. Bij gechloreerde baden waarvoor de eerste vergunning is verleend vóór 1 februari 1995 en die nog altijd vergund zijn, geldt dit artikel vanaf 1 oktober 2022.


Subafdeling 5.32.8.2.
Circulatiebaden


Onderafdeling 5.32.8.2.1.
Zwembaden, therapiebaden en natuurlijke zwembaden

Architectonische normen.

Art. 5.32.8.2.1.1. Bouw van de inrichting

§ 1.

De lokalen zijn gebouwd uit niet-wateropslorpend, gemakkelijk afwasbaar materiaal waaraan de bezoekers zich niet kunnen verwonden.

 

§ 2.

De vloer en de wanden zijn tot op een hoogte van 3 meter, voorzien van een corrosiebestendige, niet-wateropslorpende en gemakkelijk afwasbare bekleding.

 

§ 3.

Alle interne uitrustingen zijn vervaardigd uit corrosiebestendig en gemakkelijk afwasbaar materiaal.

 

§ 4.

Tot op een hoogte van 2 meter vanaf de begane grond worden scherpe hoeken en uitstekende elementen vermeden of afgeschermd met een bekleding waaraan de bezoekers zich niet kunnen verwonden.

 

§ 5.

Elke beglazing wordt duidelijk zichtbaar gemaakt en beveiligd.

 

§ 6.

Alle lokaalvloeren hebben een helling van 1 tot en met 2%.

 

Een alternatief voor de hellingsgraad, vermeld in het eerste lid, is aanvaardbaar in inrichtingen die voor 1 juli 2014 vergund of geakteerd zijn, als een hygiëneplan, goedgekeurd door de afdeling, bevoegd voor het toezicht op de volksgezondheid, in de inrichting aanwezig is.

 


Art. 5.32.8.2.1.2. Het bad

§ 1.

De wanden zijn vanaf 1,35 meter diep voorzien van een grijprand of touw. Bij overdekte zwembaden en therapiebaden waarvoor de eerste vergunning is verleend vóór 1 oktober 2019, geldt dit artikel vanaf 1 oktober 2022.

 

§ 2.

De bodem van het bad is in zijn ondiepe gedeelte ten minste tot op een diepte van 1,35 meter slipwerend.

 

§ 3.

De diepte van het bad voldoet aan de volgende voorwaarden:

de diepte van het water wordt op regelmatige afstanden aangeduid. Elke plotse verandering van diepte wordt op een opvallende wijze zichtbaar gemaakt. Bij therapiebaden waarvoor de eerste vergunning is verleend vóór 1 oktober 2019, geldt deze bepaling vanaf 1 oktober 2022;
de diepte in het therapiebad is maximaal 1,5 meter.

 

§ 4.

De aan- en afvoer van het water zijn zodanig uitgevoerd dat in het bad geen dode hoeken met stagnerend water aanwezig zijn.

 

Het badwater wordt voor ten minste 30% gerecycleerd via de bovenafvoer.

 

Het diepste punt van de badbodem is voorzien van een afvoer om het bad volledig te ledigen. In baden van inrichtingen die voor 1 juli 2014 vergund of geakteerd zijn, mag het restwater ook verwijderd worden met een pomp of een alternatief systeem.


Art. 5.32.8.2.1.3. Kaden en vloeren

§ 1.

Tenzij het anders vermeld is in de omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit of de akte van de melding, wordt het bad volledig omringd door een kade die minstens 1,5 meter breed is.

 

§ 2.

De kaden en de vloeren voldoen aan de volgende voorwaarden:

overdekte zwembaden en overdekte natuurlijke zwembaden: bij elke toegang tot de kaden van het bad zijn er voldoendestortbaden in functie van de gebruikscapaciteit van de zwemgelegenheid, en een voetwaadbak of voldoende voetsproeiers.

De zone die door personen met schoenen wordt betreden, is volledig gescheiden van de zone waarop blootsvoets wordt gelopen;

openlucht zwembaden en openlucht natuurlijke zwembaden:
de exploitant verbiedt de baders de toegang tot het zwembad en de kaden als ze niet eerst door een voetwaadbak of langs voetsproeiers en door een stortbad zijn gegaan;
therapiebaden:de zone die de baders betreden, is volledig gescheiden van de overige delen van de inrichting.

 

§ 3.

De rechtstreekse toegang tot de kaden vanuit de kleedkamers of de recreatiezones bevindt zich bij voorkeur ter hoogte van het ondiepe gedeelte van het bad. Als dat niet het geval is, belemmert een hindernis de directe toegang tot het diepe deel.

 

§ 4.

De kaden zijn zo aangelegd dat het water daarvan niet in het bad, noch in het zuiveringscircuit terechtkomt.

 

Het water wordt afgevoerd via een voldoende aantal afvoerpunten die zo zijn gebouwd dat stilstaand water voorkomen wordt.

 

Het water wordt afgevoerd naar een openbare riolering of naar een oppervlaktewater met inachtname van de voorschriften van dit reglement en de bijzondere voorwaarden die eventueel opgelegd zijn in de omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit of in de akte van de melding.

 

Om het reinigen met een waterslang mogelijk te maken, zijn er voldoende wateraftappunten en geschikte voorzieningen om het gebruikte water te verwijderen.

 

Als de kaden niet voldoen aan de voorwaarden, vermeld in deze paragraaf, wordt het kuiswater via een systeem met een driewegkraan afgevoerd en wordt de turbiditeit, uitgedrukt in NTU, als extra parameter opgenomen in de maandelijkse waterkwaliteitsanalyse, uitgevoerd door een erkend laboratorium in de discipline water, als vermeld in artikel 6, 5°, a), van het VLAREL. Die turbiditeit mag bij zwembaden en therapiebaden maximaal 0,5 NTU bedragen.

 

§ 5.

Tenzij het anders vermeld is in de omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, zijn alle vloeren waarop blootsvoets wordt gelopen, vervaardigd uit slipwerend, gemakkelijk afwasbaar materiaal waaraan de bezoekers zich niet kunnen verwonden.

 

 

 

 

 


Art. 5.32.8.2.1.4. Omkleedcabines en stortbaden

De omkleedcabines zijn vervaardigd uit niet-wateropslorpend, gemakkelijk afwasbaar materiaal waaraan de bezoekers zich niet kunnen verwonden.

 

Bij de overdekte zwembaden en overdekte natuurlijke zwembaden zijn de omkleedcabines en kleedkamers van het wisseltype zodat de geschoeide en ongeschoeide zone van elkaar gescheiden zijn.

 

In afwijking van de voorwaarden, vermeld in deze paragraaf, hoeven de omkleedcabines en de kleedkamers bij overdekte zwembaden die vóór 1 oktober 2014 vergund of geakteerd zijn, en bij therapiebaden niet van het wisseltype zijn als de exploitant een duidelijk gescheiden zone voor geschoeide en niet-geschoeide bezoekers creëert op een wijze die is goedgekeurd door de afdeling, bevoegd voor het toezicht op de volksgezondheid.


Art. 5.32.8.2.1.5. Sanitaire voorzieningen en stortbaden

§ 1.

De sanitaire voorzieningen voldoen aan de volgende voorwaarden

er zijn voldoende toiletten in functie van de gebruikscapaciteit van de zwemgelegenheid.

In elke toiletruimte is er ten minste één wastafel;

vanaf 1 oktober 2022 zijn alle toiletten in de ongeschoeide zone van het hangtype, dus bevestigd tegen de muur van de toiletruimte;
er zijn afzonderlijke toiletten beschikbaar, zowel in de geschoeide als in de ongeschoeide zone;
de vloer van de sanitaire voorzieningen heeft een helling van 1 tot en met 2% waardoor het afvalwater naar een afvoer wordt geleid die verbonden is met de lozingsinrichting;
als aan de voorwaarden, vermeld in punt 3° en 4°, niet kan voldaan worden, wordt een hygiëneplan opgemaakt met goedkeuring van de afdeling, bevoegd voor het toezicht op de volksgezondheid.

 

§ 2.

Er zijn voldoende stortbaden in functie van de gebruikscapaciteit van de zwemgelegenheid.

 

De stortbaden zijn voorzien van water met aangepaste temperatuur, afkomstig van een warmwaterinstallatie met water van ten minste 60°C. Het mengventiel is in de onmiddellijke nabijheid van het stortbad geplaatst. Bij therapiebaden waarvoor de eerste vergunning is verleend vóór 1 oktober 2019, geldt deze bepaling vanaf 1 oktober 2022.


Art. 5.32.8.2.1.6. Waterbehandelingssysteem

§ 1.

Het waterbehandelingssysteem voor zwembaden en therapiebaden voldoet aan de volgende voorwaarden:

bij gebruik van chloor als ontsmettings- en oxidatiemiddel wordt elk bad voorzien van een automatisch, efficiënt functionerend chloor- en pH-sturingsmechanisme;
voor het waterbehandelingsprocedé, de bufferbak, de filter en de chemicaliën gelden de volgende voorwaarden:
  a) het waterbehandelingsprocedé omvat ten minste een voorfiltratie, een filtratie, een oxidatie of desinfectie, een pH-aanpassing en een systeem voor de aanvoer van vers water:
  b) elke filter heeft een minimale filterbedhoogte van 1 meter en is voorzien van een kijkglas en van drukmeters
voor en na de filtratie. De maximale filtersnelheid bedraagt 30 meter/uur;
De filters die in inrichtingen die voor 1 oktober 2014 vergund of geakteerd zijn en een filterbedhoogte hebben die kleiner is dan 1 meter, mogen in gebruik blijven zolang ze voldoen aan de kwaliteitsvereisten voor het badwater, vermeld in artikel 5.32.8.1.9, §1. Bij vervanging van de filter, wordt er een filter met een filterbedhoogte van ten minste 1 meter geïnstalleerd;
  c) als chemicaliën worden alleen de producten gebruikt die toegelaten zijn voor de behandeling van drinkwater conform artikel 5 van het besluit van de Vlaamse regering van 13 december 2002 houdende reglementering inzake de kwaliteit en levering van water bestemd voor menselijke consumptie;
de werking van de pompen die voor de injectie van het desinfecterende agens en de pH-correctie zorgen, wordt automatisch onderbroken zodra het debiet van het desbetreffende circulatiesysteem tot minder dan 40 % van het normale daalt.
Als het desinfectans en de pH-correctie op dezelfde leiding geïnjecteerd worden, bevinden de injectiepunten zich op ten minste 2 meter afstand van elkaar.
De pH-corrector wordt bij voorkeur geïnjecteerd vóór de filtratie. Bij therapiebaden waarvoor de eerste vergunning is verleend vóór 1 oktober 2019, geldt deze bepaling vanaf 1 oktober 2022.

de chemicaliën worden niet rechtstreeks in het zwembad gedoseerd;

de aftapkranen zijn goed toegankelijk en staan ten minste op de volgende plaatsen:
  a) vóór de filtratie en de injectie van reagentia;
  b) achter de filtratie en de injectie van reagentia;
  c) zo dicht mogelijk bij de aanvoer van het water naar elk bad;
de circulatiepompen kunnen ten minste een cyclusduur van vier uur aan. Het water uit een bad wordt ten minste om de vier uur volledig behandeld. Bij een bad met een maximale capaciteit van 100 m3 is de turn-over ten hoogste twee
uur, tenzij hiervoor een toelating door de afdeling, bevoegd voor het toezicht op de volksgezondheid, is verleend, en op voorwaarde dat de turn-over niet langer dan vier uur duurt. De turn-over wordt gecontroleerd met een efficiënte debietmeter die achter de filtreerinstallatie wordt geplaatst in de deelstroom van elk bad en die een doseerstop beveelt bij een daling tot minder dan 40% van het normale debiet. Bij therapiebaden waarvoor de eerste vergunning is verleend vóór 1 oktober 2019, geldt deze bepaling vanaf 1 oktober 2022;
de waadbakken zijn doorlopend gevuld met behandeld badwater. De turn-over mag ten hoogste tien minuten bedragen. Het vervuilde waadbakwater wordt rechtstreeks afgevoerd naar de lozingsinrichting of naar de waterbehandelingsinstallatie.

 

§ 2.

Het waterbehandelingssysteem voor natuurlijke zwembaden, voldoet aan de volgende voorwaarden:

elk natuurlijk zwembad is aangesloten op een ecologisch zuiveringssysteem waarvan de dimensionering aangepast is aan het zwembadvolume;
het ecologische filtersysteem omvat ten minste een plantenfilter, een mechanische filter en een systeem voor de aanvoer van vers water;
de turn-over van het badwatervolume duurt maximaal twaalf uur. De controle van de turn-over gebeurt met een efficiënte debietmeter.

 


Exploitatie.

Art. 5.32.8.2.1.7. Procedures

De exploitant beschikt over geschreven procedures waarin de werking onder normale en onder noodomstandigheden wordt beschreven. Die procedures worden jaarlijks geëvalueerd en bijgewerkt. Elk personeelslid bezit een kopie van de procedures en kent de inhoud. De procedures worden ook ter inzage gehouden voor de toezichthouder.

 

Voor het bad in gebruik wordt genomen, wordt het watercirculatiesysteem uitgetest, alsook het doorstromingspatroon bij de kleurproef. De kleurproef wordt uitgevoerd volgens de Europese standaard EN15288_2.


Art. 5.32.8.2.1.8. Waterbehandelingsprocedé

§ 1.

Het bad wordt gevuld of bijgevuld met vers water. Als het vul- en suppletiewater geen leidingwater is, wordt het water ten minste halfjaarlijks bemonsterd en geanalyseerd door een erkend laboratorium in de discipline water, deeldomein drinkwater, als vermeld in artikel 6, 5°, a), van het VLAREL. Ter controle van de effectief toegevoegde hoeveelheid water wordt een debietmeter geïnstalleerd op het suppletiewater. De analyseresultaten worden getoetst aan de bacteriologische waterkwaliteitsvereisten voor drinkwater. Een kopie van de analyseresultaten wordt door het laboratorium rechtstreeks aan de afdeling bevoegd voor het toezicht op de volksgezondheid, overgemaakt.

 

§ 2.

Deze paragraaf is alleen van toepassing op zwembaden en therapiebaden.

 

De filters worden ten minste twee keer per week gespoeld buiten de openingsuren van het zwembad, zodat het filtermateriaal in fluïdisatie komt, tenzij hiervoor een toelating door de afdeling, bevoegd voor het toezicht op de volksgezondheid, is verleend.

 

Per bader en per dag wordt minimaal 30 liter vers water toegevoegd op een plaats in het circuit zodat dit suppletiewater door de filters gaat vooral het in het zwembad terechtkomt, tenzij hiervoor een toelating door de afdeling, bevoegd voor het toezicht op de volksgezondheid, is verleend.

 

§ 3.

Deze paragraaf is alleen van toepassing op natuurlijke zwembaden.

 

Per bader en per dag wordt voldoende vers water toegevoegd op een plaats in het circuit zodat dit suppletiewater door het ecologische zuiveringssysteem gaat voor het in het natuurlijk zwembad terechtkomt.

 

 


Art. 5.32.8.2.1.9. Onderhoud van het bad

§ 1.

De bodem van therapiebaden, overdekte zwembaden en overdekte natuurlijke zwembaden wordt ten minste om de twee dagen vóór de openingsuren gereinigd en gestofzuigd.

 

De bodem van openluchtzwembaden en openlucht natuurlijke zwembaden wordt ten minste dagelijks vóór de openingsuren gereinigd en gestofzuigd.

 

§ 2.

De wanden worden ten minste één keer per week buiten de openingstijden, ter hoogte van de waterrand of de overloopgoten gereinigd.

 

§ 3.

Om vervuilende stoffen uit het systeem te verwijderen worden de reinigings-planten bij natuurlijke zwembaden minstens één keer per jaar afgeoogst.

 

Zo nodig worden algen en bladafval verwijderd.

 

§ 4.

Als in een bufferbak voorzien is, wordt die minstens jaarlijks gereinigd.


Art. 5.32.8.2.1.10. Reglement van interne orde

§ 1.

De exploitant voert voor de (natuurlijke) zwembaden een reglement van interne orde in om de goede exploitatie te verzekeren. Dat reglement wordt in de inrichting opgehangen op plaatsen die voor de bezoekers duidelijk zichtbaar zijn.

 

§ 2.

Het reglement, vermeld in paragraaf 1, omvat minstens de volgende punten:

de directie heeft het recht om elke persoon die een risico kan zijn voor de veiligheid en de gezondheid van de aanwezigen, de toegang tot de inrichting te verbieden;
dieren, behalve assistentiehonden in de geschoeide zone, zijn in de inrichting niet toegelaten;
elke bader neemt een stortbad voor hij in het zwemwater gaat;
kinderen van minder dan 6 jaar zijn altijd vergezeld van een toezichthoudende volwassene.

 


Art. 5.32.8.2.1.11. Veiligheid

§ 1.

Het maximum aantal toegelaten baders is nooit hoger dan één bader per 3 m2 wateroppervlakte. Voor baden met een maximale diepte van 50 cm is het maximum aantal toegelaten baders één bader per 2 m2 wateroppervlakte.

 

§ 2.

Er zijn een EHBO-lokaal en een telefoontoestel beschikbaar. Het EHBO-lokaal en het telefoontoestel voldoen aan de volgende voorwaarden:

EHBO-lokaal:

de bepalingen, vermeld in dit punt, zijn alleen van toepassing op zwembaden en natuurlijke zwembaden.
De inrichting beschikt over een lokaal waar de eerste hulp kan worden toegediend. Het lokaal is uitsluitend uitgerust met materiaal voor eerste hulp en reanimatie. Het lokaal en het materiaal zijn rechtstreeks en gemakkelijk toegankelijk voor de verantwoordelijken. De reanimatieapparatuur bestaat ten minste uit een systeem voor zuurstoftoediening. Dat apparaat wordt wekelijks op zijn deugdelijkheid onderzocht.
De redder is vertrouwd met het gebruik van al het materiaal voor eerste hulp en reanimatie.
De reanimatie-apparatuur is aanwezig op een vaste plaats en gemakkelijk bereikbaar voor de redder;

telefoontoestel:
de inrichting is uitgerust met ten minste één telefoontoestel dat een directe buitenlijn heeft. Het toestel is aanwezig op een vaste plaats en is gemakkelijk bereikbaar voor de toezichthoudende persoon.

 

§ 3.

Als er recreatieve voorzieningen zijn die een risicozone vormen, gelden de volgende voorwaarden:

in de onmiddellijke nabijheid van recreatieve voorzieningen is bijkomend een toezichthoudende persoon aanwezig;
de plaats waar de gebruiker van de glijbaan of de springtoren in het bad terecht komt, is ontruimd binnen een straal van 2,5 meter.

 

§ 4.

Het aantal toezichthoudende personen wordt als volgt bepaald:

voor zwembaden en natuurlijke zwembaden gelden de volgende voorwaarden:
  a) de baders staan onder rechtstreeks en constant toezicht van ten minste één redder, die zich uitsluitend aan die activiteit wijdt en zich permanent in de buurt van de kaden bevindt.
Het toezicht is aangepast aan het type van installatie en aan de bezettingsgraad van het zwembad.
Het minimum aantal toezichthoudende personen, van wie ten minste de helft redder is, wordt bepaald volgens de volgende formule, waarbij het resultaat na de komma wordt afgerond naar beneden:
    1)
aantal toezichthoudende personen =

      aantal baders 

     -------------------     +    1;

             50

    2) daarboven, per 150 baders meer, 1 toezichthoudende persoon extra;
    3) ten minste de helft, afgerond naar boven, is redder. De redders zijn in het bezit van het diploma Hoger Redder van Sport Vlaanderen of van een ander gelijkwaardig getuigschrift, goedgekeurd door Sport Vlaanderen;
    4) de regel, vermeld in punt 1), 2) en 3), geldt niet voor baders in baden van minder dan 50 cm diepte;
    5) bij ieder afzonderlijk bad, zwembad of natuurlijk zwembad of bij iedere risicozone staat tenminste één toezichthoudende persoon, ongeacht het resultaat van de formule, vermeld in punt 1) en 2);
  b) als het bad niet als instructiebad gebruikt wordt, gelden, in afwijking van punt a), 1) tot en met 4) de volgende voorwaarden voor de volgende zwembaden en natuurlijke zwembaden:
    1) met maximaal 1,40 meter diepte en met een wateroppervlakte van maximaal 200 m2: de voorwaarde dat de baders onder rechtstreeks en constant toezicht staan van ten minste één persoon die in het bezit is van hetzij een basisreddersdiploma van Sport Vlaanderen, hetzij een ander gelijkwaardig getuigschrift goedgekeurd door Sport Vlaanderen, hetzij een geldig EHBO-brevet, afgeleverd door een erkende opleidingsverstrekker;
    2) met maximaal 1,40 meter diepte en met een wateroppervlakte van meer dan 200 tot en met maximaal 500 m2 , waarbij de vorm van het bad volledig in het gezichtsveld van één persoon kan liggen: de voorwaarde dat de baders onder rechtstreeks en constant toezicht staan van ten minste, naargelang het maximum aantal baders 94,144 of 166 bedraagt, één, twee, respectievelijk drie toezichthoudende personen die elk in het bezit zijn van hetzij een basisreddersdiploma van Sport Vlaanderen, hetzij een ander gelijkwaardig getuigschrift goedgekeurd door Sport Vlaanderen, hetzij een geldig EHBO-brevet, afgeleverd door een erkende opleidingsverstrekker;
  c) tenzij het anders vermeld is in de omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit of de akte van de melding, mag de exploitant, als die een toezichtsplan heeft opgesteld en naleeft ter verzekering van de veiligheid van de baders en als dat toezichtsplan ter inzage voor de toezichthouders ligt, in afwijking van punt a), 1), 2) en 3), het aantal redders en toezichters beperken tot de volgende aantallen:
    1) één redder, als de oppervlakte van het bad minder dan 200 m2 bedraagt;
    2) twee toezichthoudende personen, van wie ten minste één redder, als de oppervlakte van het bad 200 m2 of meer bedraagt en de vorm van het bad zo is dat dit volledig in het gezichtsveld ligt van één persoon;
    3) drie toezichthoudende personen, waarvan ten minste twee redders, wanneer de oppervlakte van het bad 200 m2 of meer bedraagt en de vorm van het bad niet volledig in het gezichtsveld van één persoon kan liggen.
    De redders zijn in het bezit van het diploma Hoger Redder van Sport Vlaanderen of van een ander gelijkwaardig getuigschrift goedgekeurd door Sport Vlaanderen;
  d) voor een leerkracht, trainer, lesgever of begeleider van activiteiten in een zwembad of een natuurlijke zwembad gelden de volgende voorwaarden:
    1) een leerkracht, trainer, lesgever of begeleider van activiteiten kan een lesgeefactiviteit combineren met de functie van toezichter onder de volgende voorwaarden:
      i) hij bevindt zich constant op de kade en kan alle baders die tot een groep behoren, rechtstreeks in het oog houden;
      ii) het aantal baders onder zijn toezicht bedraagt maximaal 35;
    2) een leerkracht, trainer, lesgever of begeleider van activiteiten kan een lesgeefactiviteit combineren met de functie van redder onder de volgende voorwaarden:
      i) hij bevindt zich constant op de kade en kan alle baders die tot een groep behoren, rechtstreeks in het oog houden;
      ii) het aantal baders onder zijn toezicht bedraagt maximaal 35;
      iii) hij is in het bezit van het diploma Hoger Redder van Sport Vlaanderen of van een ander gelijkwaardig getuigschrift, goedgekeurd door Sport Vlaanderen;
  e) voor een leerkracht, trainer, lesgever of begeleider van duikactiviteiten in een zwembad of een natuurlijk zwembad gelden de volgende voorwaarden:
    1) een leerkracht, trainer, lesgever of begeleider van duikactiviteiten kan een lesgeefactiviteit combineren met de functie van toezichter onder de volgende voorwaarden:
      i) de duikers staan onder constant toezicht van ten minste één persoon. Het toezicht is aangepast aan de beoefende duikdiscipline;
      ii) bij het beoefenen van de duiksport wordt nooit alleen gedoken;
    2) een leerkracht, trainer, lesgever of begeleider van duikactiviteiten kan een lesgeefactiviteit combineren met de functie van redder onder de volgende voorwaarden:
      i) de duikers staan onder constant toezicht van ten minste één persoon. Het toezicht is aangepast aan de beoefende duikdiscipline;
      ii) bij het beoefenen van de duiksport wordt nooit alleen gedoken;
      iii) hij is in het bezit van het diploma Hoger Redder van Sport Vlaanderen, het brevet Duiker Redder van Sport Vlaanderen of van een ander gelijkwaardig getuigschrift, goedgekeurd door Sport Vlaanderen;
  f) voor het diploma van redder en de bijscholing gelden de volgende voorwaarden:
    1) het afschrift van de voormelde diploma’s of getuigschriften is door de toezichthouder consulteerbaar op de plaats van de exploitatie;
    2) de redders worden ten minste één keer per jaar geoefend in reddings- en reanimatietechnieken. Het getuigschrift van de meest recente bijscholing is door de toezichthouder consulteerbaar op de plaats van de exploitatie. De voormelde bijscholing is erkend door Sport Vlaanderen;
bij therapiebaden gelden de volgende voorwaarden:
  a) de baders staan onder rechtstreeks en constant toezicht van ten minste één toezichthoudende persoon, die zich uitsluitend aan die activiteit wijdt en zich permanent in de buurt van de kaden bevindt;
  b) de toezichthoudende personen zijn vertrouwd met reanimatietechnieken en worden ten minste één keer per jaar in die technieken geoefend. Het bewijs van deelname aan de meest recente bijscholing is door de toezichthouder consulteerbaar op de plaats van de exploitatie.

 


Onderafdeling 5.32.8.2.2.
Hot whirlpools

Architectonische normen.

Art. 5.32.8.2.2.1.

De bodem van een zwembad dat vergund of geakteerd is na 1 oktober 2019, is slipwerend.


Art. 5.32.8.2.2.2. Waterbehandelingssysteem

Als het water ontsmet wordt op basis van chloor, is de hot whirlpool altijd aangesloten op een waterbehandelingssysteem dat deel uitmaakt van een inrichting met een zwembad, of op een bufferbak met een nuttige inhoud van ten minste 20 m3.

 

Het waterbehandelingssysteem voor hot whirlpools is uitgevoerd conform artikel 5.32.8.2.1.6, §1, 1° tot en met 5°.

 

Het water heeft een debiet van 3 m3 per bader per uur en een turn-over van maximaal tien minuten.

 

Bij de doorstroming wordt 100% van het water via de bovenafvoer verwijderd.

 

Bij eenmalig gebruik van de hot whirlpool, hetzij eenmalig door één persoon of eenmalig maar gelijktijdig door verschillende personen, waarbij het aangevoerde water afkomstig is van een buffersysteem na de waterbehandelingsinstallatie, vervallen de vereisten vermeld in het derde en het vierde lid.


Exploitatie.

Art. 5.32.8.2.2.3.

Het bad wordt ten minste dagelijks grondig gereinigd.

 

Tenzij hiervoor een toelating door de afdeling, bevoegd voor het toezicht op de volksgezondheid, is verleend, worden de filters ten minste twee keer per week gespoeld buiten de openingsuren van het bad, zodat het filtermateriaal in fluïdisatie komt.

 

Als in een bufferbak voorzien is, wordt die minstens jaarlijks gereinigd.


Art. 5.32.8.2.2.4.

Het aantal baders is beperkt tot het aantal zitplaatsen van circa 50 cm per bader.


Subafdeling 5.32.8.3.
Dompelbaden en plonsbaden.


Architectonische normen.

Art. 5.32.8.3.1.

De bodem van een dompelbad dat vergund of geakteerd is na 1 oktober 2019, is slipwerend.


Art. 5.32.8.3.2. Waterbehandelingssysteem

§ 1.

Deze paragraaf is alleen van toepassing op dompelbaden.

 

Het verse water wordt ingevoerd via bodeminjectie; het water wordt voor 100% afgevoerd langs de bovenkant.

 

Het overlopende water mag gebruikt worden als suppletiewater voor zwembaden op voorwaarde dat het vóór de filter wordt toegevoegd.

 

De verversingsgraad bedraagt minimaal 1 m3/uur. De turn-over is twee uur of korter.

 

§ 2.

Deze paragraaf is alleen van toepassing op plonsbaden en dit tot en met 31 januari 2022.

 

Er stroomt continu vers suppletiewater door het bad. De verversingsgraad is zo bepaald dat de turn-over één uur of korter is.

 

 


Art. 5.32.8.3.3.

Vanaf 1 oktober 2022 zijn plonsbaden niet meer toegelaten.


Exploitatie.

Art. 5.32.8.3.4.

Voor dompelbaden wordt de toevoeging van vers water uitgevoerd conform artikel 5.32.8.2.1.8, §1.


Art. 5.32.8.3.5.

Ten minste 1 keer per dag wordt het dompelbad geledigd en volledig gereinigd.


Subafdeling 5.32.8.4.
Open zwemgelegenheden en zones voor waterrecreatie


Onderafdeling 5.32.8.4.1.
Algemeen

Art. 5.32.8.4.1.1.

Het zwemwater voldoet aan de milieukwaliteitsnormen, vermeld in artikel 1 van deel II van bijlage 2.3.3, die bij dit besluit is gevoegd.


Art. 5.32.8.4.1.2.

Tijdens de week die aan het badseizoen voorafgaat, en daarna ten minste om de veertien dagen tijdens dat seizoen wordt op kosten van de exploitant een bacteriologisch onderzoek op een representatief staal van het zwemwater uitgevoerd door een erkend laboratorium in de discipline water, deeldomein drinkwater als vermeld in artikel 6, 5°, a), van het VLAREL.

 

Het bacteriologische onderzoek wordt minstens gedurende de uitbating uitgevoerd.

 

Het laboratorium bezorgt de analyseresultaten van het bacteriologische onderzoek rechtstreeks t aan de afdeling, bevoegd voor het toezicht op de volksgezondheid. Als een mogelijke proliferatie van cyanobacteriën wordt vastgesteld, meldt de exploitant dit onmiddellijk aan de Vlaamse Milieumaatschappij.

 

 


Art. 5.32.8.4.1.3.

De meest recente meetresultaten van de uitgevoerde bemonsteringen van het water hangen op goed zichtbare plaatsen in de inrichting.


Art. 5.32.8.4.1.4.

Als het water ververst wordt, wordt er water van betrouwbare kwaliteit gebruikt.


Art. 5.32.8.4.1.5.

Er zijn stortbaden aanwezig. De stortbaden zijn voorzien van water met aangepaste temperatuur, afkomstig van een warmwaterinstallatie met water van ten minste 60 °C. Het mengventiel is in de onmiddellijke nabijheid van het stortbad geplaatst. Bij open zwemgelegenheden en zones voor waterrecreatie waarvoor de eerste vergunning is verleend vóór 1 oktober 2019, gelden de tweede en de derde zin van dit artikel vanaf 1 oktober 2022.


Art. 5.32.8.4.1.6.

De exploitant voert een reglement van interne orde in om de goede exploitatie te verzekeren. Dat reglement wordt in de inrichting opgehangen op plaatsen die voor de bezoekers duidelijk zichtbaar zijn.

Het reglement, vermeld in het eerste lid, omvat minstens de volgende punten:

de directie heeft het recht om elke persoon die een risico kan zijn voor de veiligheid en de gezondheid van de aanwezigen, de toegang tot de inrichting te verbieden;
het is verboden zeep te gebruiken op andere plaatsen dan in de sanitaire voorzieningen;
kinderen van minder dan 6 jaar zijn altijd vergezeld van een toezichthoudende volwassene;
met uitzondering van assistentiehonden op het strand, worden honden of andere huisdieren niet toegelaten in het water of op het strand;
assistentiehonden op het strand worden, als de persoon met een handicap of ziekte in het water gaat, aangelijnd aan de aanlijnplaats voor assistentiehonden.

 


Art. 5.32.8.4.1.7.

De inrichting wordt voorzien van een veilige en gemakkelijk toegankelijke aanlijnmogelijkheid voor assistentiehonden.


Art. 5.32.8.4.1.8.

Het is verboden (potentieel) vervuilende stoffen te storten of te lozen.

 

Op regelmatige basis en naargelang de noodzaak ervan worden de cabines en het sanitair gereinigd en ontsmet. Het strand, de ligweide en de directe omgeving van het water worden dagelijks, onmiddellijk na de sluiting, ontdaan van afval.

 

In de inrichting zijn er voldoende vuilnisbakken aanwezig op gemakkelijk te bereiken plaatsen. De inhoud van die bakken wordt dagelijks afgevoerd.

 


Art. 5.32.8.4.1.9.

Op de bodem van de vijver bevinden zich geen voorwerpen waaraan de bezoekers zich kunnen verwonden.


Onderafdeling 5.32.8.4.2.
Open zwemgelegenheden

Art. 5.32.8.4.2.1.

De bodem is tot op een diepte van 2 meter bedekt met een laag grof zand van tenminste 10 cm om te voorkomen dat slib opdwarrelt, en om de helderheid van het water te verbeteren.

 

Tot een diepte van 2 meter helt de bodem van de zwemgelegenheid langzaam af met een maximum verval van 10%.

 

In de zwemgelegenheid is vissen, roeien of andere waterrecreatie verboden. Als er op dezelfde vijver andere recreatie- of sportactiviteiten plaatsvinden, zijn die zones volledig gescheiden van het zwemgedeelte.

 

De diepte van het water is op een duidelijke en goed zichtbare wijze aangegeven. Die aanduiding is ten minste vereist op het niveau van 1,35 meter diepte.

 

Rond de zwemgelegenheid, op de plaatsen waar de baders het water betreden, is er een strook zand van ten minste 30 cm dik en 10 meter breed.


Art. 5.32.8.4.2.2. Omkleedcabines en stortbaden

Er zijn voldoende omkleedcabines en stortbaden in functie van de gebruikscapaciteit van de zwemgelegenheid. De kleedcabines zijn vervaardigd uit niet-wateropslorpend, gemakkelijk afwasbaar materiaal waaraan de bezoekers zich niet kunnen verwonden.

 

Vóór de kleedcabines is er een gangpad aangebracht dat leidt naar de stortbaden, de toiletten en het strand rond de zwemgelegenheid.

 

De vloer van de kleedcabines en stortbaden is slipwerend, niet-wateropslorpend en gemakkelijk afwasbaar.

 

Bij de kleedcabines zijn alleen stortbaden aanwezig.


Art. 5.32.8.4.2.3.

Er zijn voldoende toiletten in de onmiddellijke omgeving van de zwemgelegenheid in functie van de gebruikscapaciteit van de zwemgelegenheid.

 

De toiletten zijn aangepast aan de leeftijd en het geslacht van de bezoekers.


Art. 5.32.8.4.2.4. Veiligheid

§ 1.

Het EHBO-lokaal en de EHBO-voorzieningen voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 5.32.8.2.1.11, §2, 1°, en voldoen vanaf 1 juli 2022 aan de voorwaarden, vermeld in artikel 5.32.8.2.1.11, §2, 2°, die gelden voor het telefoontoestel.

 

§ 2.

In geval van recreatieve voorzieningen is artikel 5.32.8.2.1.11, §3, 1°, van toepassing.

 

De sport- en spelaccommodaties brengen de veiligheid van de baders niet in gevaar.

 

De plaatsen waar gedoken wordt, zijn afgebakend en niet toegankelijk voor zwemmers. Er wordt niet gedoken in water met een doorkijklengte van minder dan 1 meter.

 

§ 3.

Voor het aantal redders of toezichters is artikel 5.32.8.2.1.11, §4,1°, van toepassing.

 


Onderafdeling 5.32.8.4.3.
Zones voor waterrecreatie, namelijk voor duiksport, surfen, waterskiën en langeafstandszwemmen

Art. 5.32.8.4.3.1.

Behalve als het watervlak alleen gebruikt wordt voor duiksport of als trainingslocatie voor langeafstandszwemmers, zijn in de onmiddellijke omgeving in kleedcabines en toiletten voorzien.


Art. 5.32.8.4.3.2.

De sportbeoefenaars, met uitzondering van de duikers en langeafstandszwemmers, dragen een drijfhulpmiddel (reddingsvest, zwemvest,…), aangepast aan de beoefende sportdiscipline.

 

De sportbeoefenaars staan onder constant toezicht van ten minste één persoon die vertrouwd is met reddings- en reanimatietechnieken. Dat toezicht is aangepast aan de beoefende sportdiscipline.

 

Bij het beoefenen van de duiksport wordt nooit alleen gedoken. Het langeafstandszwemmen wordt nooit alleen beoefend.

 

Als in de vijver of waterloop gesurft of gewaterskied wordt, zijn er stortbaden voorzien, bevindt zich in de onmiddellijke omgeving een lokaal voor eerste hulp bij ongevallen en is de inrichting uitgerust met ten minste één telefoontoestel met een directe buitenlijn. Dat toestel bevindt zich in de onmiddellijke nabijheid van de vijver of waterloop op een vaste plaats en is gemakkelijk bereikbaar door de toezichthoudende persoon.

 

Een leerkracht, trainer, lesgever of begeleider van duikactiviteiten kan een lesgeefactiviteit combineren met de functie van toezichthoudende persoon of redder conform artikel 5.32.8.2.1.11, §4, 1°, e).